Opinie

[Column] Bijgeloof

Columnist Menno Blaauw ziet Nederland de VS achterna gaan als het gaat over bijgeloof. Hoe kunnen we een gemeenschap bouwen waarin de charlatans kansloos blijven?

Menno Blaauw: “Dat zijn taalfouten, naar mijn mening.” (Foto: Sam Rentmeester)

In de Verenigde Staten sterven nu vele tienduizenden doordat zowel de kiezers als de regering de wetenschap wantrouwen. Wij gniffelen daarover, maar Nederland zit op hetzelfde spoor.

Hoe is het mogelijk dat elke goedgebekte charlatan, die in het openbaar evidente nonsens uitspreekt, meteen volgelingen vindt? Het is iets van alle tijden, zeker ook van vóór het internet. Ik heb het over homeopaten die beweren dat een 10100 (dat is een 1 met 100 nullen erachter) keer verdunde oplossing nog ‘actief’ is. Over antivaccers die maar blijven geloven dat hun kinderen autistisch worden van de DKTP-prik, of dat ze er nanotrackers van in hun bloed zouden kunnen krijgen. Over klimaatontkenners. Over mensen die menen elektromagnetische straling te kunnen voelen bij GHz-frequenties, hun mobieltje niet bij hun hoofd durven te houden en op meters afstand van de magnetron gaan staan. Over mensen die naar verre oorden afreizen om hun tumor door een handoplegger te laten verwijderen. Over de helft van de Amerikanen die van Trump aanneemt dat een mondkapje niet nodig is tegen Covid-19. Over zelfverklaarde viruswaanzinnigen.

Dergelijke mensen geloven dingen die niet bijdragen aan hun eigen gezondheid of die van hun naasten, met vaak zelfs schadelijke gevolgen. Soms zijn ze wanhopig omdat ze ziek zijn, maar meestal prima gezond en ogenschijnlijk geestelijk in orde.

Ze missen kennelijk een goed onzinfilter voor nieuwe informatie en ze wantrouwen de wetenschap. Daar zou de TU Delft iets aan moeten willen doen. Maar hoe en wanneer? Waar komt dat wantrouwen vandaan, en hoe leer je mensen logisch en kritisch te denken, opdat ze de zin van de onzin kunnen onderscheiden?

‘Misschien kunnen we onze kinderen leren wetenschappelijk en empirisch te denken?’

Op de universiteit zijn de mensen te oud om nog van bijgeloof ontdaan te kunnen worden. Jammer, want ik ken diverse TU-medewerkers, ook wetenschappers, die ik tot de probleemgroep moet rekenen. In elke succesvolle religie heeft men ontdekt dat basisideeën er met de paplepel in moeten om goed geïncorporeerd te worden, en daarna levenslang bevestigd moeten worden.

In alle gevallen van bijgeloof heeft het basisonderwijs dus apert gefaald.

Op de kleuterschool beginnen met atomen, moleculen en gekwanticeerde straling lijkt een brug te ver. Maar misschien kunnen we onze kinderen leren wetenschappelijk en empirisch te denken? Als in het kringgesprek op maandagochtend een kind roept dat het last heeft van de wifistraling, zou de docent dan samen met de hele groep een experiment kunnen bedenken en uitvoeren om die uitspraak te toetsen? En dus niet de kennis zelf proberen over te brengen, maar de denk- en werkwijze? Als je eenmaal zo hebt leren denken, heb je ook meteen het gewenste onzinfilter in huis, krijg je vertrouwen in de empirische wetenschap, en leer je dat wetenschap geen geloof is, geen mening, maar vooral gecontroleerde, verzamelde kennis.

Die aanpak lijkt me haalbaar. Een universiteit als de TU Delft zou de pabo’s kunnen aanbieden de toekomstige docenten een dergelijk werkwijze bij te brengen. Aan de hand van actuele voorbeelden, zoals ik er hierboven een paar noemde. Misschien zijn er onder de toekomstige docenten bijgelovigen waarvoor het nog niet te laat is. En kunnen we een gemeenschap bouwen waarin de charlatans kansloos blijven.

Dr. Menno Blaauw is programmamanager integraal management systeem bij het Reactorinstituut. Eerder werkte hij er 20 jaar als wetenschappelijk onderzoeker. Ook is hij lid van de ondernemingsraad.

Menno Blaauw / Columnist

Schrijver Opinie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

opinie.delta@tudelft.nl

Comments are closed.