Delftse wetenschappers onderzoeken met behulp van camera's of fietsers en voetgangers wel voldoende afstand van elkaar kunnen houden op de campus. (Foto: Marjolein van der Veldt)
Delftse wetenschappers onderzoeken met behulp van camera's of fietsers en voetgangers wel voldoende afstand van elkaar kunnen houden op de campus. (Foto: Marjolein van der Veldt)

De TU-campus wordt een openluchtlab voor verkeerstromen. Het plan hiervoor bestond al een tijd. Door corona is het project in een stroomversnelling gekomen.

Read in English

Met camera’s op acht strategische plekken houden beveiligers de campus in de gaten, en dan vooral die plekken waar het druk kan worden. De camera’s leidden tot ophef.

Maar wie goed oplet, ziet dat er de afgelopen dagen veel meer camera’s zijn geplaatst, vooral aan lantaarnpalen. Op de hoek Jaffalaan – Mekelpark hangt er sinds kort bijvoorbeeld ook een, en bij de bushalte voor EWI.

“Aan het eind van de week hebben we er een dertigtal op de campus”, zegt verkeersdeskundige prof.dr.ir. Serge Hoogendoorn van de faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen. Hij spreekt liever over sensoren dan over camera’s. “Want deze camera’s filmen je niet echt. Ze registreren voetgangers en fietsers en geven hen weer als bewegende puntjes in een ruimte, niet als herkenbare individuen.”

‘Deze camera’s filmen je niet echt’

In de apparaten zitten processoren die uit de 3d-videobeelden puntjes genereren. Volgens de onderzoeker zit het systeem zo in elkaar dat je de videobeelden onmogelijk te zien kunt krijgen. “We hebben goed over privacy en security issues nagedacht. Geloof me, dat hebben we afgevinkt.”

Hoogendoorn en zijn collega’s van de afdeling transport & planning zijn geïnteresseerd in verkeersstromen. “We willen het mobiliteitssysteem integraal bekijken. Het plan voor een verkeerslab op de campus bestond al een tijd. Door corona is het project in een stroomversnelling gekomen. Want nu is het extra urgent om te onderzoeken of mensen voldoende afstand kunnen houden en hoe we eventuele opstoppingen kunnen verhelpen.”

Het project wordt geleid door Serge Hoogendoorn en dr.ir. Sascha Hoogendoorn-Lanser. “Het gebeurt niet vaak dat je samen met je vrouw een onderzoeksproject runt”, zegt Hoogendoorn. Hoogendoorn-Lanser werkt bij het valorisatiecentrum van de TU. Zij kijkt of het mogelijk is om het campusproject uit te breiden.

Het uiteindelijke doel is om een website te maken die verkeersstromen en de verkeersdrukte in heel Delft toont. De digital twin noemen ze die site: een digitale kopie van de stad. Op termijn kan deze digital twin mogelijk worden gebruikt om mensen te adviseren bepaalde (rustige) routes te nemen, op een ander tijdstip te reizen, of met een ander vervoersmiddel.

‘Het is nu extra urgent om te onderzoeken of mensen voldoende afstand kunnen houden’

Een betere spreiding van studenten en medewerkers van en naar de campus, is een van de doelstellingen. “We zijn in gesprek met de metropoolregio Rotterdam-Den Haag en de gemeente Delft om te kijken of we de fiets- en voetgangersverbinding tussen station Delft Campus en de TU-campus kunnen monitoren”, zegt Hoogendoorn-Lanser. “Door beter gebruik te maken van station Delft Campus als toegang tot de TU kunnen we de drukte op de fietsroutes van en naar station Delft reduceren.”

Behalve de data die de onderzoekers met hun camera’s verzamelen, gebruiken ze openbare informatie van de gemeente Delft. Denk aan de openingstijden van de bruggen en de realtime locaties van al het openbaar vervoer (treinen, bussen en trams).

Met het onderzoek hopen de onderzoekers ook te kunnen achterhalen of maatregelen om de doorstroming te verbeteren effect sorteren, zoals de invoering van eenrichtingsverkeer en stoplichten die reageren op de toestroom van fietser en voetgangers.

“En we willen modellen verbeteren”, vult Serge Hoogendoorn aan. “Onze collega, prof.dr.ir. Piet van Mieghem (faculteit EWI –red.), ontwikkelt epidemiologische modellen om de verspreiding van het coronavirus beter te begrijpen. Wij kunnen straks data aanleveren om die modellen te verbeteren. Hoe lang blijven mensen bijvoorbeeld bij elkaar in de buurt staan? Dat is een interessant gegeven.”

Maar op een site van de TU lezen we ook nog iets heel anders: “Als we data beschikbaar hebben die de posities van de voetgangers of fietsers bevatten, kunnen we met lasers een cirkel om een voetganger projecteren, of gebruik maken van een van kleur veranderende straatverlichting.”

‘Hoe lang blijven mensen bijvoorbeeld bij elkaar in de buurt staan?’

Met zo’n cirkel om je heen die je over straat volgt, voel je je als voetganger behoorlijk bekeken. “Dit staat in een whitepaper waarin ooit eens vrij gespeculeerd is over wat allemaal in de verre toekomst zou kunnen”, reageert Hoogendoorn-Lanser. “We hebben deze toepassingen nooit overwogen.”

Hoogendoorn: “De maatregelen waar wij aan denken zijn vergelijkbaar met maatregelen die voor autoverkeer al jaren bestaan, zoals het aanpassen van verkeerslichten en het adviseren over rustige routes. Weet je wat het grappige is? In een auto zijn we het gewend dat een kastje met gps ons alle kanten op stuurt. Maar zodra het over fietsers en voetgangers gaat, wordt iedereen heel nerveus.”

Onderzoeksversie
Het Delftse onderzoeksteam heeft al veel ervaring met de sensoren. Ze hebben de sensoren ook op de Wallen in Amsterdam geplaatst om kennis te vergaren over voetgangersgedrag. En tijdens zeilbotenevenement Sail 2015 werkten ze met vergelijkbare camera’s.

De onderzoeksversie van de website is bijna af. “Als het dashboard goed genoeg werkt en voor studenten en medewerkers meerwaarde heeft, willen we kijken of we een tweede versie publiek toegankelijk kunnen maken”, zegt Hoogendoorn-Lanser.

Eind volgende week moet het gros van de camera’s geplaatst zijn. Bij elke sensor komt een sticker met uitleg, een telefoonnummer en een verwijzing naar een website met uitleg over het project.

Rest de vraag of de beveiligers van de TU niet ook gewoon gebruik zouden kunnen maken van dit soort sensoren om samenscholingen te monitoren? “In principe wel”, zegt Hoogendoorn. “Je ziet dan stippen in plaats van herkenbare individuen. Voor mensen die in de beveiliging werken is dat wellicht even wennen.”