Bsa vertoont dalende lijn

Zestig procent van de eerstejaars heeft afgelopen studiejaar een positief bindend studieadvies (bsa) gekregen. Zij mogen door met studeren. Ongeveer 1500 studenten moeten een nieuw heenkomen zoeken.

Dat blijkt uit de definitieve bsa-cijfers, die deze week zijn gepubliceerd. Zestig procent is een TU-gemiddelde. De rest van de studenten haakte óf zelf af (16 procent), óf kreeg een negatief advies (22 procent). De overige twee procent is aangehouden. Vaak gaat het om studenten die om persoonlijke redenen hun bsa niet hebben gehaald. Over hen wordt later besloten of ze wel of niet verder kunnen met hun studie.

Het aantal positieve adviezen vertoont sinds de invoering van het bsa over het geheel genomen een licht dalende lijn. In studiejaar 2010-2011 ging het om 68 procent en in 2011-2012 om 69 procent. In 2012-2013 ging de bsa-norm omhoog van 30 studiepunten naar 45 studiepunten. Het bsa daalde naar 64 procent en zakte in 2013-2014 verder naar zestig procent. Afgelopen jaar was het dus ook zestig procent.

Vorige week sprak de studentenraad (sr) in een overlegvergadering met het college van bestuur (cvb) al zijn zorgen uit, hoewel de exacte cijfers toen nog niet binnen waren. Volgens sr-lid Umbriël Post hebben maatregelen om meer studenten hun bsa te laten halen ‘geen positief effect gehad’. De sr was daar al afgelopen jaar over in gesprek met de directeuren onderwijs en zet dat komend jaar voort.

Cvb-lid Anka Mulder noemde de cijfers ‘een punt van zorg'. Redenen waarom het bsa maar niet omhoog wil, had zij niet paraat. Wel zei ze dat 'het goed is om over enige tijd het nieuwe curriculum te evalueren’. Ook wees ze op de groei van het aantal studenten dat naar de TU komt. "Misschien zitten daar meer studenten tussen die meer moeite hebben met de studie."

Per opleiding kunnen de bsa-percentages overigens behoorlijk verschillen. Positieve uitschieters zijn industrieel ontwerpen (tachtig procent), life science and technology (75 procent) en bouwkunde (74 procent). Ook molecular science and technology (69 procent), klinische technologie (67 procent) en technische natuurkunde (63 procent) scoren bovengemiddeld. Aan het andere uiterste staan elektrotechniek (43 procent) en maritieme techniek (46 procent).

UPDATE: Inmiddels heeft de TU haar definitieve cijfers bekend gemaakt. Dat zijn de cijfers die bedoeld zijn voor de externe communicatie, onder meer richting het ministerie van onderwijs. Volgens de prestatieafspraken mogen de studenten die hun studie voortijdig en uit eigen beweging staken uit die cijfers worden gefilterd. Er ontstaat dan een ander beeld. 72 Procent heeft dan een positief bsa, 25 procent negatief en 3 procent aangehouden.