De vereniging van universitaire medezeggenschapsraden presenteerde onlangs een somber beeld van de medezeggenschap. In Delft is het beter, schrijft or-voorzitter Menno Blaauw.
Or-voorzitter Menno Blaauw (in groene trui) op donderdag 28 oktober tijdens de eerste fysieke overlegvergadering sinds het begin van de coronapandemie. (Foto: Justyna Botor)

De vereniging van universitaire medezeggenschapsraden presenteerde onlangs een somber beeld van de medezeggenschap. In Delft is het beter, schrijft or-voorzitter Menno Blaauw.

Read in English

Gemiddeldes zeggen niet zoveel, stelt Rien Wijnhoven in zijn interview van 26 oktober met Bas Belleman. In dit interview schetst hij een somber beeld van de medezeggenschap bij de universiteiten. Als voorzitter van de ondernemingsraad van de TU Delft denk ik dat het bij ons véél beter gaat dan gemiddeld. We zien in de ondernemingsraad ondersteunend en wetenschappelijk personeel, jong en oud. We hebben, zowel voor de raad als voor een paar onderdeelcommissies (de medezeggenschap in faculteiten en de universiteitsdienst, red.), zoveel kandidaten gevonden dat we een jaar geleden echte verkiezingen hadden.

De faciliteiten en compensatie die we krijgen voor ons medezeggenschapswerk zijn in orde. En ik heb zelf nooit te horen gekregen dat mijn deelname aan de medezeggenschap, waarin ik al sinds 1994 meedraai, slecht zou zijn voor mijn carrière. Integendeel, jaren terug oefende mijn eigen leidinggevende al druk op me uit om vooral in de medezeggenschap te blijven.

‘We puzzelen op hoe we raadsleden halverwege de cyclus kunnen vervangen’

Promovendi en tenure trackers zijn er nog te weinig op raadsniveau, terwijl ze wel deel uitmaken van de onderdeelcommissies. Dat heeft te maken met de strikte driejarige cyclus van de centrale medezeggenschap. We hebben in 2020 met het college van bestuur afgesproken dat promovendi ook achttien maanden mee kunnen doen. Daarvoor krijgen ze voldoende compensatie, in de vorm van een verlenging van hun aanstelling en financiële compensatie voor hun organisatieonderdeel.

We puzzelen nog op hoe we deze raadsleden halverwege de cyclus kunnen vervangen. Op dit moment hebben we daarover contact met de University PhD Council (UPC), zodat we hun inbreng kunnen meenemen in de onderhandelingen met het college. Een nieuw soort contract voor promovendi ligt op dit moment ter tafel, met de inbreng van de UPC volledig in beeld. In die informele zin doen de promovendi dus nu al volop mee.

Het gaat dus goed met de Delftse medezeggenschap en ik verwacht de komende tijd eerder een toenemende dan een afnemende belangstelling vanaf de werkvloer. De reden? Het structureel invoeren van ‘hybride werken’ gaat ons allemaal aan en zal vast niet in één keer zijn uiteindelijke vorm krijgen. Het college zal het de komende jaren vaak moeten overleggen met de medezeggenschap.

Wij, de medezeggenschap, dragen bij aan het succes van de TU Delft, en tegelijk zorgen we dat het een fijne plek blijft om te werken, vanuit het gezichtspunt van de medewerker. Wie wil daar nu níet aan meedoen?

Dr. Menno Blaauw is voorzitter van de ondernemingsraad van de TU Delft en programmamanager integraal management systeem bij het Reactorinstituut.