Hal Bouwkunde Delft
(Foto: Marjolein van der Veldt)

Masterstudent Nathan Kramer reageert op de brief ‘Weg met debiele deadlines’. Volgens hem zijn er vooral te veel deadlines en staan ze creativiteit in de weg.

Read in English

Ik kan me voor een groot deel vinden in de punten die Mathijs van Kouwen stelt in zijn brief ‘Weg met debiele deadlines’, hoewel er aan zijn voorstel wel een aantal haken en ogen hangen. Mijns inziens zou, waar het kan, een deadline standaard op middernacht moeten worden gezet: daarna is het klaar, gaat men naar bed en heeft men gewoon weer de gezonde zeven of acht uur slaap weten te pakken. Bij een deadline van 12 uur ‘s middags komt men veel te makkelijk in de verleiding van de nacht doorhalen (zoals Van Kouwen zelf ook al aangeeft), of om op een andere wijze toch in dat verstoorde ritme terecht te komen.

Maar er ligt iets fundamentelers ten grondslag bij de problemen rondom deadlines: niet per sé de tijden, maar de hoeveelheid en het gewicht van de deadlines is het probleem. Doordat er een almaar groter streven naar productie lijkt te zijn ontstaan, leidt dat tot een continue maalstroom van onnodige druk, vertegenwoordigd door de schier eindeloze deadlines die gesteld worden. 

Deadlines als middel, niet als doel op zich

Het gevaar van deze insteek is dat er een student gevormd wordt die heel goed weet in te spelen op wat er gevraagd wordt, maar voor creatieve vernieuwing en reflectie weinig ruimte meer overheeft. De scheiding tussen de studie- of werksfeer en dat daarbuiten kan komen te vervagen, iets dat zeker in het werkveld van de bouwkunde op een schrikbarend voetstuk wordt gezet: architectenbureaus plaatsen het niet hebben van een ‘9-tot-5-mentaliteit’ als een vereiste in hun stagevacatures, willen het liefst zoveel mogelijk produceren, ten koste van de kwaliteit.

Schei daar nou toch eens mee uit! Hard werken mag en moet zelfs soms, maar deze cultuur levert uiteindelijk een ongelukkig soort mens op, dat een ongelukkig soort werk voortbrengt.

Het creatief proces moet ademen en soms de vrije loop krijgen, waarbij deadlines als middel dienen, niet als doel op zich. Mijn conclusie: stel als universiteit duidelijke deadlines om middernacht en om 20.00 uur als het echt niet anders kan, zodat men weet waar men aan toe is. Bied daarnaast de vrijheid voor reflectie en vorming, zonder dat daar een continu meetsysteem bij aan te pas komt.

Nathan Kramer is masterstudent management in the built environment bij de faculteit Bouwkunde.