Overslaan en naar de inhoud gaan
Het is zorgelijk dat Menno Blaauw in zijn column over studentevaluaties vasthoudt aan het marktdenken, schrijft research fellow Martijn Lugten in deze brief.
(Foto: Thomas Zwart)

Het is zorgelijk dat Menno Blaauw in zijn column over studentevaluaties vasthoudt aan het marktdenken, schrijft research fellow Martijn Lugten in deze brief.

Vorige week sprak Menno Blaauw in zijn column Klantmodel over het afschaffen van de studentenevaluaties, en dat niet de student maar het bedrijfsleven de klant van de TU Delft is. Een interessant artikel, dat bij mijzelf vooral ongemak opriep.

Ten eerste wees een vriendin erop dat in het artikel geen onderscheid wordt gemaakt tussen ‘gebruikers’ en ‘klanten’, een onderscheid dat bij productontwikkeling doorgaans belangrijk is om de effectiviteit en kwaliteit van een dienst of product te kunnen beoordelen. Vanuit dit idee zou Menno Blaauw eens bij de faculteit Industrieel Ontwerpen langs moeten gaan voor inspiratie. Daarnaast kan de vraag worden gesteld in hoeverre de klant weet wat hij of zij wil. Immers, als je niet weet hoe goed iets kan zijn, weet je ook niet wat je mist, of waar je kansen laat liggen. Voor je het weet komt er onvoorziene concurrentie op en weg is je bedrijf of ‘businessmodel’.

‘Denken in ‘markt’ en ‘klant’ helpt niet’

Dit brengt me direct bij mijn tweede, meer fundamentele zorg over de column, namelijk het idee dat de universiteit een ‘product’ levert voor ‘de markt’. In mijn optiek is dit een doorgeschoten idee van wat een universiteit zou moeten doen. Het Humboldt-model van de universiteit zag de universiteit primair als een plek voor de ontwikkeling van kennis, niet voor de praktische toepassing ervan. Nu hebben technische universiteiten altijd een brugfunctie tussen de kennis en praktijk gehad, maar het is belangrijk om beiden niet uit evenwicht te brengen. Denken in ‘markt’ en ‘klant’ helpt daarbij niet.

Het ‘product’ student zou in theorie een ‘onafhankelijke’ en ‘kritische’ geest moeten zijn, niet een machine die een trucje kan uitvoeren. Daarbij is het belangrijk te leren oog te hebben voor secundaire effecten van producten of diensten, en aannames van bedrijven en de maatschappij te bevragen en ter discussie te stellen. Als we als universiteit alleen kijken naar het bedrijfsleven als maatstaf voor ons onderwijs kunnen we direct vakken als wetenschapsmethodologie, ethiek en ‘fundamenteel’ afstudeeronderzoek overboord zetten.

De vraag is dan ook of we studenten voorbereiden op de beroepsmarkt of voor de samenleving met een wetenschappelijke ‘mindset’. De vergelijking van Menno Blaauw met een bakker en broodjes mist kant noch wal, omdat we van niet van de broodjes verlangen dat ze de bakker een spiegel voorhouden. De broodjes zijn er om verorberd te worden door de klanten, en de vergelijking met ‘menselijke’ studenten is nogal cru, lijkt me.

‘Het zou niets uit moeten maken wat de markt vraagt’

In principe zou het de universiteit niets uit moeten maken wat de markt ‘vraagt’, simpelweg omdat de universiteit de maatschappij observeert en analyseert. Een consequentie is dat onze producten, diensten en uitvindingen die maatschappij kunnen verrijken en verbeteren. Afwijkingen of gekkigheden vallen vaak beter als je op verschillende manieren en met afstand naar iets kijkt.

Een heel extreem voorbeeld komt uit de serie ‘In Europa’ van Geert Mak uit 2007, waarin een aflevering werd gewijd aan de concurrentie tussen bedrijven voor het bouwen van verbrandingsovens voor Buchenwald. Gevangen in de bureaucratie van het systeem kwamen ingenieurs met de meest efficiënte verbrandingsoven, zonder oog te hebben voor de toepassing en de gevolgen van hun producten. Een open blik is het vermogen om te focussen en uit te zoomen, en daarmee gevolgen van keuzes te overzien. Die vragen stelt het bedrijfsleven helaas niet.

Ten derde blijkt uit de column dat de marktwerking met het adagium ‘de universiteit als fabriek’, met publicatie-quota en slagingspercentages, goed aangeslagen is binnen de TU Delft. Liever zou ik zien dat studentevaluaties als uitwas van doorgeschoten marktwerking ter discussie worden gesteld, en niet binnen een ‘klant-markt’-discours.

Daarnaast kunnen docenten wel degelijk baat hebben bij de studentevaluaties, want de terugkoppeling kan helpen om jezelf te (blijven) verbeteren. Misschien is het daarom een betere vraag hoe we het onderwijs zo kunnen inrichten dat we onze studenten opleiden tot kritische en onafhankelijke geesten, en hoe studentevaluaties zowel docenten als studenten kunnen helpen het onderwijs te verbeteren. Dat zou een prachtig gezamenlijk project voor de studenten- en ondernemingsraad kunnen zijn. Ik kijk uit naar de eerste ideeën.

Dr.ir. Martijn Lugten is research fellow AE+T TU Delft en het AMS Institute.

Krijg Delta updates

Click here to unsubscribe