Opinie

Bonnet

Ik ben gezegend met een groot talent: ik kan fantastisch plannen. Stress ken ik alleen van anderen, want tentamenperiodes doorloop ik fluitend en volbrachte opdrachten stop ik weken voor de inleverdatum in nog lege postvakjes.

Ondertussen let ik er ook goed op dat ik het studeren juist doseer. Het is belangrijk om af en toe een beetje afstand te nemen: een uurtje sporten, wat fiedelen en met frisse zin neem ik weer plaats achter die zo uitdagende differentiaalvergelijking.

Ik ben ook zeer flexibel. Het bijstellen van mijn plannen gaat mij moeiteloos af. Het proces is interessant: de gedachte is nog niet opgekomen, of ik besef al dat ik weerloos ben. Ervaring heeft geleerd dat verzet vruchteloos is. Binnen een mum van tijd is de planning bijgesteld en de studievlijt uitgesteld. Gelukkig is er volgens het herziene schema nog steeds geen reden tot stress, ik houd immers toch al niet zo van sporten. Niet alleen deze uurtjes, maar ook aanzienlijke delen van ‘zomervakanties’ (dat was iets van de middelbare school) zijn zo van doelstelling veranderd.

Leer je van deze uitstelervaringen? Nee. Over twee weken ga ik drie tentamens doen, waar nog veel voor moet gebeuren. Dezelfde twee weken loop ik practicum van half negen tot half zes. Het zou verstandig zijn om een keuze te maken, maar dat doe ik niet. Ik ga gewoon ’s avonds en in het weekend studeren.

Het gebruik van het woord ‘gewoon’ in planningscontext blijkt telkens weer gevaarlijk.

Mijn studieadviseur en ik zijn het gewoon niet eens over de manier waarop ik studeer. Of eigenlijk over de wijze waarop ik telkens toch weer niet studeer. Omdat het bloksysteem bij Civiel niet geprogrammeerd is op uitsteltalent, liep ik al vrij snel a-nominaal met mijn studie.

Nominaal lopen is geen kunst. Je kijkt in het papieren patroon welk vak je moet volgen, je doet dat, je haalt het en je loopt nog steeds nominaal. Niet nominaal lopen vergt heel wat meer. Wie uit de pas loopt, moet zelf hertentamens, colleges, verplichte toetsen, practica en opdrachten uit verschillende jaren verweven tot een uitvoerbaar geheel. Overlappende colleges en tentamendata, verouderde dictaten en roosterveranderingen gedurende het collegejaar scheppen het uitdagende karakter. Mijn qua studieverloop solidaire collega’s en ik troosten onszelf dan ook met de gedachte dat we in ieder geval een kei worden in organiseren, regelen en plannen. Wij laten ons niet zo snel door een tegenslag uit het veld slaan, en stippelen zelf gedurfde routes uit om alsnog in Rome aan te komen.

Deze zelfstandigheid wordt de jonge civiele uitsteltalenten van nu ontnomen. De inmiddels al van vele kanten bejubelde verplichte studieplanning biedt achterblijvers de gelegenheid om voortaan ook slaafs een door anderen gecontroleerd programma te volgen. Aan het eind van de studiefabriek sta je met je bul in je hand een beetje schaapachtig op je achterhoofd te krabben van hoe ongewoon snel dit nu weer ging, maar je bent er toch maar mooi doorheen gestormd, door die universiteit. Blijken ze op ingenieursbureaus opeens geen papieren patroon te hebben.

Misschien kunnen ze zich op Civiel even gewoon ingenieurs gaanopleiden.

Ik ben gezegend met een groot talent: ik kan fantastisch plannen. Stress ken ik alleen van anderen, want tentamenperiodes doorloop ik fluitend en volbrachte opdrachten stop ik weken voor de inleverdatum in nog lege postvakjes. Ondertussen let ik er ook goed op dat ik het studeren juist doseer. Het is belangrijk om af en toe een beetje afstand te nemen: een uurtje sporten, wat fiedelen en met frisse zin neem ik weer plaats achter die zo uitdagende differentiaalvergelijking.

Ik ben ook zeer flexibel. Het bijstellen van mijn plannen gaat mij moeiteloos af. Het proces is interessant: de gedachte is nog niet opgekomen, of ik besef al dat ik weerloos ben. Ervaring heeft geleerd dat verzet vruchteloos is. Binnen een mum van tijd is de planning bijgesteld en de studievlijt uitgesteld. Gelukkig is er volgens het herziene schema nog steeds geen reden tot stress, ik houd immers toch al niet zo van sporten. Niet alleen deze uurtjes, maar ook aanzienlijke delen van ‘zomervakanties’ (dat was iets van de middelbare school) zijn zo van doelstelling veranderd.

Leer je van deze uitstelervaringen? Nee. Over twee weken ga ik drie tentamens doen, waar nog veel voor moet gebeuren. Dezelfde twee weken loop ik practicum van half negen tot half zes. Het zou verstandig zijn om een keuze te maken, maar dat doe ik niet. Ik ga gewoon ’s avonds en in het weekend studeren.

Het gebruik van het woord ‘gewoon’ in planningscontext blijkt telkens weer gevaarlijk.

Mijn studieadviseur en ik zijn het gewoon niet eens over de manier waarop ik studeer. Of eigenlijk over de wijze waarop ik telkens toch weer niet studeer. Omdat het bloksysteem bij Civiel niet geprogrammeerd is op uitsteltalent, liep ik al vrij snel a-nominaal met mijn studie.

Nominaal lopen is geen kunst. Je kijkt in het papieren patroon welk vak je moet volgen, je doet dat, je haalt het en je loopt nog steeds nominaal. Niet nominaal lopen vergt heel wat meer. Wie uit de pas loopt, moet zelf hertentamens, colleges, verplichte toetsen, practica en opdrachten uit verschillende jaren verweven tot een uitvoerbaar geheel. Overlappende colleges en tentamendata, verouderde dictaten en roosterveranderingen gedurende het collegejaar scheppen het uitdagende karakter. Mijn qua studieverloop solidaire collega’s en ik troosten onszelf dan ook met de gedachte dat we in ieder geval een kei worden in organiseren, regelen en plannen. Wij laten ons niet zo snel door een tegenslag uit het veld slaan, en stippelen zelf gedurfde routes uit om alsnog in Rome aan te komen.

Deze zelfstandigheid wordt de jonge civiele uitsteltalenten van nu ontnomen. De inmiddels al van vele kanten bejubelde verplichte studieplanning biedt achterblijvers de gelegenheid om voortaan ook slaafs een door anderen gecontroleerd programma te volgen. Aan het eind van de studiefabriek sta je met je bul in je hand een beetje schaapachtig op je achterhoofd te krabben van hoe ongewoon snel dit nu weer ging, maar je bent er toch maar mooi doorheen gestormd, door die universiteit. Blijken ze op ingenieursbureaus opeens geen papieren patroon te hebben.

Misschien kunnen ze zich op Civiel even gewoon ingenieurs gaanopleiden.

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.