Bezuinigingen (9)

Met de dreigende bezuinigingen in het achterhoofd gaat Delta te rade bij een aantal TU-medewerkers en studenten. In deel 9: Michael van Lith, voorzitter van de studentenraad.

“Het onderwijssysteem is nu veel te kil. Dat leidt tot uitval. Ik ben voorstander van een persoonlijkere aanpak.” Van gebrek aan ideeën kun je de jonge voorzitter van de studentenraad niet betichten. Selectie aan de poort staat bovenaan zijn lijst, mét betere begeleiding vanuit de TU. Van Lith heeft harde kritiek op het bestuur van de TU. “Het college heeft geen duidelijke visie uitgestippeld voor de komende tien à twintig jaar.”

“Waar kan de TU op bezuinigen? Ik hoor vaak van huisgenoten dat ze verbaasd zijn over alle flatscreens. Vooral bij L&R zijn er heel veel. En misschien kun je ook wel bezuinigen op designmeubels bij IO en Bouwkunde?”
Echt zoden aan de dijk zetten deze maatregelen niet, geeft Van Lith toe. Maar een gebrek aan ideeën kun je de jonge voorzitter van de studentenraad niet verwijten. Op een notitieblok heeft hij puntsgewijs uiteengezet welke kant het aan de TU op moet met het onderwijs.

Selectie aan de poort, staat opmerkelijk genoeg bovenaan zijn lijst. Dat is toch iets waar de studentenraad (sr) juist tegen zou moeten zijn? “Van de sr verwacht je inderdaad dat ze zou zeggen dat iedereen hier mag komen studeren”, zegt Van Lith. “Maar ik denk toch echt dat selectie goed kan zijn voor het onderwijs aan de TU.”

De lange studieduur en uitval van studenten kosten de TU veel geld, meent Van Lith. “Het is een groot probleem. Door alleen goede gemotiveerde studenten toe te laten en deze ook beter te begeleiden, kan dat veranderen.”
Selectie aan de poort is nu wettelijk voor de meeste studies (waaronder de studies aan de TU) niet toegestaan. Maar wellicht gaat dat veranderen. Van Lith pleit ervoor dat de TU een voorschot neemt door intakegesprekken te voeren met aankomende eerstejaars die niet hoog gescoord hebben op hun eindexamen.

De TU kan zo oefenen in het herkennen van veelbelovende studenten. Slechte cijfers beteken niet direct dat een student faalt, zeker niet als hij zeer gemotiveerd is. Veelbelovende studenten herkennen vergt training en is iets van de lange adem, redeneert Van Lith. Maar voor de korte termijn is het volgens hem ook gunstig om dergelijke gesprekken te voeren.
“Op die manier geef je ook eerlijke voorlichting aan studenten. Heb je een zes voor natuurkunde? Dan zullen die en die vakken waarschijnlijk moeilijk voor je zijn. Misschien heb je bijles nodig. Zulke gesprekken moeten het zijn. Studenten gaan dan veel beter na of een bepaalde studie echt iets voor hen is. Studieadviseurs dienen de vorderingen van de studenten vervolgens bij te houden.”

Allemaal mooi en wel, maar al die extra begeleiding klinkt wel heel schools.
“We moeten niet veranderen in een hbo-instelling”, antwoordt Van Lith. “Vrijheid is ook belangrijk. Maar nu is het systeem veel te kil. We hebben het bindend studieadvies en de harde knip. Je moet je punten maar halen en anders ben je weg. Er is geen ijkmoment waarop gekeken wordt wat voor jou moeilijk is. Dat moet veranderen. Ik ben voorstander van een persoonlijkere aanpak.”

Van Lith heeft ook moeite met de wijze waarop het cvb de aftrap heeft genomen voor de bezuinigingen. “Het cvb vraagt aan de faculteiten hoe zij denken dat ze tien procent kunnen bezuinigen. Maar zelf heeft het helemaal geen duidelijke visie uitgestippeld voor de komende tien à twintig jaar. Het is de verkeerde volgorde. Het cvb stelt de vraag aan de faculteiten, de decanen leggen de vraag neer bij de afdelingshoofden, enzovoort. Aan de ene kant is zo’n bottom up-aanpak misschien verstandig, maar het leidt ook tot rare bezuinigingsconstructies. Je ziet nu al gebeuren dat faculteiten af en toe wat minder ruimte inhuren bij FMVG (afdeling vastgoed van de TU, red.) omdat dat beter staat op hun begroting. Maar de TU als geheel levert het natuurlijk niets op.”

De sr-voorzitter vreest dat de bezuinigingsmaatregelen studenten hard treffen als de kaasschaafmethode wordt toegepast. En dat het cvb daar voor kiest, lijkt hem zeer waarschijnlijk aangezien het geen duidelijke visie heeft. Het zou betekenen dat er ook tien procent af gaat van het budget van studieverenigingen. “Dat treft vooral de commissies binnen die verengingen hard. Ik kan me voorstellen dat als er geen vergoeding is voor het plaatsnemen in onderwijscommissies, deze functies dan niet bekleed worden. De studenten in deze commissies houden de kwaliteit van het onderwijs in de gaten. Dat is niet de leukste taak. Het is minder leuk dan reizen organiseren bijvoorbeeld. Een vergoeding hiervoor is een kleine investering waar de TU veel aan heeft.”

BezuinigingenOm de financiële problemen van de TU Delft het hoofd te bieden, moeten alle faculteiten van het college van bestuur aangeven hoe ze tien procent kunnen bezuinigen op het geld dat zij vanuit de overheid krijgen. De faculteiten moeten met voorstellen komen over herinrichting van wetenschappelijke afdelingen en bundeling van onderwijs en onderzoek binnen de faculteit en met andere faculteiten. Ook moeten ze aangeven welke onderdelen onvoldoende bijdragen aan de doelen van de faculteit. Het vrijkomende geld wil het college vooralsnog gebruiken voor vernieuwing in onderwijs, onderzoek en infrastructuur. Het college spreekt daarom niet van bezuiniging maar van ‘flexibilisering’.

Regeringspartijen PvdA en CDA probeerden op 2 juni de in 1997 afgeschafte huursubsidie voor kamerbewoners opnieuw in te voeren. In 2002 strandde een eerdere poging van het parlement op toenmalig volkshuisvestingsminister Henk Kamp (VVD).

Kamp vond destijds de subsidie voor alle kamerbewoners – ook degenen die bij een hospita wonen – te duur en fraudegevoelig. GroenLinks stelde voor om dan alleen huursubsidie te geven aan kamerhuurders bij woningcorporaties, maar dat initiatief bleef steken.

De kansen leken echter gekeerd. Er was een Kamermeerderheid voor herinvoering van de huurtoeslag voor deze groep, mede dankzij de lobby van de woningcorporaties voor studenten. Die stellen dat de overheid juist goedkoper uit is als ze ook huurtoeslag geeft voor kamers van woningcorporaties zonder eigen keuken, sanitair en cv-ketel.

Minister Van der Laan wil eerst een onderzoek naar de kosten en de uitvoering van herinvoering van de toeslag. Ook gaf hij de Kamer aan het onwenselijk te vinden dat alleen huurders van corporaties van herinvoering zouden profiteren. 

Herinvoering van de huurtoeslag zou betekenen dat de huur boven de 210 euro huur wordt vergoed. “Voor een zelfstandige woning met alle voorzieningen, die bijvoorbeeld 350 euro per maand kost, krijgt een student 140 euro huurtoeslag terug, terwijl een ongesubsidieerde kamer soms wel 250 euro kost”, zegt directeur Remco de Maaijer van Kences, koepelorganisatie van sociale studentenhuisvesters.

Om die reden worden er sinds 1997 vrijwel alleen nog zelfstandige studentenwoningen gebouwd en die kosten de overheid meer subsidie. Na herinvoering van de huurtoeslag kan de nieuwbouw van kamers en studentenwoningen weer snel in evenwicht komen, verwacht Kences. De gemiddelde huurtoeslag voor studenten zal dan gemiddeld zestig euro per maand lager uitvallen dan nu.

Een ander voordeel is dat studentenkamers dankzij de gedeelde voorzieningen minder vierkante meters opslokken. “Je kunt er meer van kwijt in een nieuwbouwproject én het bouwt sneller”, zegt De Maaijer, die bovendien wijst op de milieuvoordelen van gezamenlijke verwarming.

Een groter kamervolume is ook belangrijk in de strijd tegen het volgens Kences snel oplopende tekort aan studentenwoonruimte. De toename van het aantal eerstejaars is veel hoger dan geraamd en er komen veel meer studenten uit het buitenland naar Nederland dan omgekeerd.

Daardoor zouden er nu 23.000 studentenkamers en -woningen te weinig zijn. Dat tekort kan sneller worden ingelopen als de corporaties dankzij de toeslag meer kamers gaan bouwen. Ook daarnaar wil minister Van der Laan een onderzoek. Volgens het ministerie heeft hij signalen dat nieuwe studentencomplexen buiten stadscentra niet vol komen omdat studenten liever in het centrum wonen.