Met de dreigende bezuinigingen in het achterhoofd gaat Delta te rade bij een aantal TU-medewerkers. In deel twee dr. Patrick van der Duin, toekomstonderzoeker bij de sectie technology, strategy and entrepreneurship van de faculteit Techniek, Bestuur en Management.

Over de kaasschaafmethode wordt denigrerend gedaan, maar het is helemaal niet zo’n slecht systeem, vindt Patrick van der Duin.

‘Waanzin, die pasjes voor de koffie’

De TU verkeert in zwaar weer; jaarlijks schrijven zich steeds meer studenten in en tegelijkertijd hevelt de overheid minder geld direct over naar de universiteit (eerste geldstroom). Aangezien de overheid de komende jaren in totaal 35 miljard euro moet bezuinigen, ziet het er niet naar uit dat deze situatie binnenkort verbetert. Integendeel.
Is het daarom geen tijd voor een herijking van de universiteit waarbij kennisvalorisatie, het te gelde maken van kennis, centraal staat?
Niet als het aan Van der Duin ligt. Hij vindt dat de universiteit ervoor moet waken dat het geen herijking of zoals hij het noemt; ‘een strategische heroriëntatie’ doorvoert. “De universiteit moet onderwijs geven en fundamenteel en onafhankelijk onderzoek doen. Die doelstelling moet ze overeind houden.”

Als de universiteit op de commerciële toer gaat, dan schiet ze zich in haar eigen voet, denkt Van der Duin. De TU levert volgens hem nu baanbrekende producten en technologieën op, juist doordat ze zich toelegt op fundamenteel onderzoek. “Als de universiteit alleen nog maar toegepast onderzoek doet voor bedrijven, dan zegt de overheid: jullie kunnen het prima zonder ons. En intussen droogt de fundamentele kennisbron op waardoor de universiteit niet meer interessant is voor bedrijven. Dat is de paradox van de commerciële universiteit: door commercieel te worden verliest ze aan waarde voor het bedrijfsleven.”

Bovendien is het volgens Van der Duin ook maar zeer de vraag hoe lang de voorkeur voor valorisatie van kennis boven fundamenteel onderzoek bij de overheid standhoudt. “De huidige minister van onderwijs, Ronald Plasterk, grossierde zelf als moleculair bioloog in het binnenhalen van NWO-subsidies. Hij heeft zijn eigen business model geprojecteerd op het hele hoger onderwijs.”
Honderd miljoen euro die voorheen direct werden overgeheveld naar universiteiten (eerste geldstroom) zijn nu bestemd voor
NWO-onderzoeksprojecten (tweede geldstroom) met een duidelijk maatschappelijk belang. Onderzoekers die naar deze subsidies dingen, moeten aangeven hoe ze de kennis, die de projecten opleveren, kunnen valoriseren.

Dat stuit Van der Duin tegen de borst: “In de voorstellen liegen de onderzoekers dat ze barsten, want niemand weet bij voorhand wat een project oplevert.” Maar hij denkt ook dat het tactisch gezien verkeerd is van de TU om haar kaarten op deze subsidies in te zetten. “Een volgende minister maakt de eerste geldstroom misschien wel weer veel groter. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid heeft hier al voor gepleit.”
Dit neemt niet weg dat de TU kampt met een financieringstekort. Om daar wat aan te doen is volgens Van der Duin de kaasschaafmethode geen slechte tactiek. Maar dan vooral gericht op de ondersteunende diensten. “Je moet geen onderzoekers ontslaan, want die leveren juist geld op.”

Faculteiten zijn ongeveer de helft van hun budget kwijt aan ondersteunende diensten, schat Van der Duin. “Het klinkt onsympathiek om in die diensten te snijden, maar het kan wel helpen. De bureaucratie is heel groot.”
Als voorbeeld van een bureaucratische beslommering waar het mes in kan, noemt van der Duin de wijze waarop faculteiten elk jaar hun minors samenstellen. “Elk jaar is er een beurs waar studenten kunnen aangeven waar hun interesse naar uitgaat. Faculteiten stellen mede op basis daarvan minors samen. Verder doen ze marktonderzoek, houden ze meetings en maken  ze minorgidsen. En dat allemaal om elkaar te beconcurreren. Het levert geen betere minors op. Het is beter als iedere faculteit zegt: hier zijn we goed in en daar maken we een minor van, klaar. Dat zou een hoop geld besparen.”
Verder kan de TU veel besparen op allerlei diensten die medewerkers het leven gemakkelijker moeten maken, maar dat juist niet doen. “We hebben nu een afstandbediening om onze ventilatieroosters open en dicht te doen. Alles moet automatisch. Als je hem open zet, gaat hij vijf minuten later weer vanzelf dicht. Je hebt het niet meer zelf in de hand. En we krijgen nu ook pasjes voor de koffieautomaat. Waanzin vind ik dat.”

Door beter te letten op dit soort kosten is het volgens Van der Duin niet zo moeilijk om tien procent te bezuinigen. De universiteit moet zich in geen geval gek laten maken door het huidige politieke klimaat. “Ze moet niet de boel overhoop halen. Dan krijgen we gespannen situaties, arbeidsconflicten en mensen die ziek thuis zitten. Per saldo schieten we daar niets mee op.”

BezuinigingOm de financiële problemen van de TU Delft het hoofd te bieden, moeten alle faculteiten van het college van bestuur aangeven hoe ze tien procent kunnen bezuinigen op het geld dat zij vanuit de overheid krijgen. De faculteiten moeten deze maand met voorstellen komen over herinrichting van wetenschappelijke afdelingen en bundeling van onderwijs en onderzoek binnen de faculteit en met andere faculteiten. Ook moeten ze aangeven welke onderdelen onvoldoende bijdragen aan de doelen van de faculteit. Het vrijkomende geld wil het college vooralsnog gebruiken voor vernieuwing in onderwijs, onderzoek en infrastructuur. Het college spreekt daarom niet van bezuiniging maar van ‘flexibilisering’.

Is goed onderwijs wel echt een speerpunt van het kabinet, vragen de werkgeversorganisaties van het hbo, mbo, voortgezet onderwijs en basisonderwijs in een brandbrief aan de Tweede Kamer. Zelf vrezen ze van niet.

Want als het kabinet geen middelen beschikbaar stelt voor de salarisverhogingen in de lopende onderwijs-cao’s, moeten de werkgevers het geld ergens anders vandaan halen.

Het zou neerkomen op een bezuiniging die oploopt tot 1,1 miljard euro in 2010. Daar komt bij dat het ABP de pensioenpremies met drie procent wil verhogen (kosten 220 miljoen euro), dat het aantal scholieren en studenten zal toenemen (300 miljoen) en dat het ministerie van onderwijs minstens 300 miljoen moet bijdragen aan het terugbrengen van het algemene begrotingstekort. In totaal zou het onderwijs in 2011 bijna twee miljard euro moeten bezuinigen.

De werkgevers zeggen in de brandbrief dringend behoefte te hebben aan duidelijke antwoorden van het kabinet. Als hun vrees gegrond is en er voor bijna twee miljard moet worden bezuinigd, zou de waarde van het Actieplan Leerkracht ‘tot nul worden gereduceerd’.

De universiteiten lopen tegen dezelfde salarisproblemen aan als de hogescholen. In de hele publieke sector zijn de overheidsuitgaven aan salarissen gekoppeld aan de loonontwikkeling in de markt. De VSNU heeft de brandbrief niet ondertekend, maar volgens een woordvoerder komt dat niet door een principieel verschil van mening.

‘Waanzin, die pasjes voor de koffie’

‘Waanzin, die pasjes voor de koffie’

‘Waanzin, die pasjes voor de koffie’

De TU verkeert in zwaar weer; jaarlijks schrijven zich steeds meer studenten in en tegelijkertijd hevelt de overheid minder geld direct over naar de universiteit (eerste geldstroom). Aangezien de overheid de komende jaren in totaal 35 miljard euro moet bezuinigen, ziet het er niet naar uit dat deze situatie binnenkort verbetert. Integendeel.Is het daarom geen tijd voor een herijking van de universiteit waarbij kennisvalorisatie, het te gelde maken van kennis, centraal staat? Niet als het aan Van der Duin ligt. Hij vindt dat de universiteit ervoor moet waken dat het geen herijking of zoals hij het noemt; ‘een strategische heroriëntatie’ doorvoert. “De universiteit moet onderwijs geven en fundamenteel en onafhankelijk onderzoek doen. Die doelstelling moet ze overeind houden.”

Als de universiteit op de commerciële toer gaat, dan schiet ze zich in haar eigen voet, denkt Van der Duin. De TU levert volgens hem nu baanbrekende producten en technologieën op, juist doordat ze zich toelegt op fundamenteel onderzoek. “Als de universiteit alleen nog maar toegepast onderzoek doet voor bedrijven, dan zegt de overheid: jullie kunnen het prima zonder ons. En intussen droogt de fundamentele kennisbron op waardoor de universiteit niet meer interessant is voor bedrijven. Dat is de paradox van de commerciële universiteit: door commercieel te worden verliest ze aan waarde voor het bedrijfsleven.”

Bovendien is het volgens Van der Duin ook maar zeer de vraag hoe lang de voorkeur voor valorisatie van kennis boven fundamenteel onderzoek bij de overheid standhoudt. “De huidige minister van onderwijs, Ronald Plasterk, grossierde zelf als moleculair bioloog in het binnenhalen van NWO-subsidies. Hij heeft zijn eigen business model geprojecteerd op het hele hoger onderwijs.” Honderd miljoen euro die voorheen direct werden overgeheveld naar universiteiten (eerste geldstroom) zijn nu bestemd voor NWO-onderzoeksprojecten (tweede geldstroom) met een duidelijk maatschappelijk belang. Onderzoekers die naar deze subsidies dingen, moeten aangeven hoe ze de kennis, die de projecten opleveren, kunnen valoriseren.

Dat stuit Van der Duin tegen de borst: “In de voorstellen liegen de onderzoekers dat ze barsten, want niemand weet bij voorhand wat een project oplevert.” Maar hij denkt ook dat het tactisch gezien verkeerd is van de TU om haar kaarten op deze subsidies in te zetten. “Een volgende minister maakt de eerste geldstroom misschien wel weer veel groter. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid heeft hier al voor gepleit.”Dit neemt niet weg dat de TU kampt met een financieringstekort. Om daar wat aan te doen is volgens Van der Duin de kaasschaafmethode geen slechte tactiek. Maar dan vooral gericht op de ondersteunende diensten. “Je moet geen onderzoekers ontslaan, want die leveren juist geld op.”

Faculteiten zijn ongeveer de helft van hun budget kwijt aan ondersteunende diensten, schat Van der Duin. “Het klinkt onsympathiek om in die diensten te snijden, maar het kan wel helpen. De bureaucratie is heel groot.”Als voorbeeld van een bureaucratische beslommering waar het mes in kan, noemt van der Duin de wijze waarop faculteiten elk jaar hun minors samenstellen. “Elk jaar is er een beurs waar studenten kunnen aangeven waar hun interesse naar uitgaat. Faculteiten stellen mede op basis daarvan minors samen. Verder doen ze marktonderzoek, houden ze meetings en maken  ze minorgidsen. En dat allemaal om elkaar te beconcurreren. Het levert geen betere minors op. Het is beter als iedere faculteit zegt: hier zijn we goed in en daar maken we een minor van, klaar. Dat zou een hoop geld besparen.”Verder kan de TU veel besparen op allerlei diensten die medewerkers het leven gemakkelijker moeten maken, maar dat juist niet doen. “We hebben nu een afstandbediening om onze ventilatieroosters open en dicht te doen. Alles moet automatisch. Als je hem open zet, gaat hij vijf minuten later weer vanzelf dicht. Je hebt het niet meer zelf in de hand. En we krijgen nu ook pasjes voor de koffieautomaat. Waanzin vind ik dat.”

Door beter te letten op dit soort kosten is het volgens Van der Duin niet zo moeilijk om tien procent te bezuinigen. De universiteit moet zich in geen geval gek laten maken door het huidige politieke klimaat. “Ze moet niet de boel overhoop halen. Dan krijgen we gespannen situaties, arbeidsconflicten en mensen die ziek thuis zitten. Per saldo schieten we daar niets mee op.”

BezuinigingOm de financiële problemen van de TU Delft het hoofd te bieden, moeten alle faculteiten van het college van bestuur aangeven hoe ze tien procent kunnen bezuinigen op het geld dat zij vanuit de overheid krijgen. De faculteiten moeten deze maand met voorstellen komen over herinrichting van wetenschappelijke afdelingen en bundeling van onderwijs en onderzoek binnen de faculteit en met andere faculteiten. Ook moeten ze aangeven welke onderdelen onvoldoende bijdragen aan de doelen van de faculteit. Het vrijkomende geld wil het college vooralsnog gebruiken voor vernieuwing in onderwijs, onderzoek en infrastructuur. Het college spreekt daarom niet van bezuiniging maar van ‘flexibilisering’.