Met de dreigende bezuinigingen in het achterhoofd gaat Delta te rade bij een aantal TU-medewerkers. In deel 1 ict-adviseur dr.ing. Piet van der Zanden, werkzaam bij het shared service centre–ict.

De verwarming flink lager zetten, geen dure microscopen meer aanschaffen en personeel ontslaan? Als het aan Piet van der Zanden ligt, gaan de financiën van de TU op de schop, maar een voorstander van de botte bijl is hij zeker niet.

De kaasschaafmethode dan? Ook niet. Van der Zanden vindt dat de complete financiële structuur waar de universiteit op gestoeld is, moet veranderen. “Het intelligent verdelen van hun huishoudpotje; dat is waar universiteiten goed in zijn”, aldus Van der Zanden. Hij vindt dat niet meer van deze tijd. “Typisch iets van de tweede generatie universiteit. Het onderwijs moet geld gaan verdienen. De universiteit moet zelf als entrepreneur opereren en niet slechts ondernemerschap prediken aan studenten.”
Van der Zanden verdedigde onlangs zijn proefschrift ‘The Facilitating University’. Daarin beschrijft hij hoe universiteiten wereldwijd langzamerhand in hun derde fase, de zogenaamde valoriserende fase, van hun ontwikkeling belanden.

“Het systeem dat de docent zijn kennis overdraagt op de student en de universiteit in ruil daarvoor geld ontvangt van de overheid staat zwaar onder druk”, stelt Van der Zanden. “Studenten die hun studie afronden, leveren een faculteit wel geld op, maar het universiteitsgeld wordt verdeeld op basis van de hoeveelheid publicaties van onderzoeksgroepen. Voor faculteiten is het lucratiever om onderzoek te doen dan onderwijs te geven. De universiteit dreigt hierdoor een onderwijsfabriek te worden waarbij er steeds minder contacturen zijn tussen docent en student.”
Van der Zanden is voorstander van een systeem waarbij bedrijven die een technisch hoogstandje willen laten ontwikkelen, een beroep kunnen doen op studenten.

“Ik kijk altijd met verbazing naar projecten als de Nuna-zonnewagen”, zegt Van der Zanden. “Het is goed dat studenten ervaring opdoen. Maar vooral de sponsorende bedrijven zijn gebaat bij dergelijke projecten. Het is fantastische reclame voor ze. De universiteit levert het nauwelijks iets op. Ja, een goed imago en dus weer meer studenten en daardoor een paar tientjes extra inkomsten”, aldus de onderzoeker gekscherend.
Bij de derde generatie universiteit, waarbij ook geavanceerdere vormen van informatie-uitwisseling, wiki’s en internationale netwerken van databases van steeds groter belang worden, zijn veel gunstigere constructies denkbaar.
Van der Zanden: “Bedrijven kunnen een klus uitbesteden aan een universiteit. Docenten inventariseren welke kennis nodig is om een product of dienst te ontwikkelen en definiëren op die manier het leermateriaal. Studenten, en dat kunnen ook studenten van buiten de TU zijn, kunnen solliciteren voor onderdelen van de klus. De universiteit krijgt van het bedrijf betaald voor het in zodanige vorm gieten van de opdracht dat studenten ermee aan de slag kunnen en voor de studentenbegeleiding. De studenten verdienen studiepunten en werken op die manier interdisciplinair. Ook dat is van groot belang.”
Op korte termijn kunnen de financiën alleen hiermee niet op orde gesteld worden. Het duurt jaren voordat de universiteit op deze manier kan functioneren.

Van der Zanden heeft wel een puntje waar op korte termijn winst mee te boeken valt: geen extra ruimte meer huren van andere instituten als oplossing voor de ‘overvolle collegezalen’ van de TU. “Dat kost jaarlijks miljoenen en is nergens voor nodig. Als er flexibeler met de beschikbare ruimte wordt omgesprongen, dan is er helemaal geen tekort aan collegeruimte.”
Met wat elektronica en schuifdeuren zijn collegezalen volgens hem bijvoorbeeld makkelijk in tweeën te splitsen als er twee colleges tegelijk ingeroosterd staan met weinig studenten. Dat bespaart ruimte.
Waar de TU volgens de ict-expert in geen geval op moet bezuinigen – het lijkt niet erg verrassend - is ict. “Als we dat doen, leggen we een grote extra last op docenten die nu gebruik maken van geautomatiseerde tijdsbesparende processen.”

Bovendien, de automatisering waar ict bij de tweede generatie universiteit toe heeft geleid, is volgens Van der Zanden bij lange na niet het eindstation.
“Kijk om je heen. Overal maken mensen gebruik van interactieve software, zoals twitter en wiki’s. De TU heeft een sociale ict-architectuur nodig aanvullend op blackboard waarin dergelijke interactie software een plek krijgt.” Dat is een vereiste voor het door hem beschreven financieringssysteem waarin een belangrijke rol is weggelegd voor het de student als producent.

Bezuiniging
Om de financiële problemen van de TU Delft het hoofd te bieden, moeten alle faculteiten van het college van bestuur aangeven hoe ze tien procent kunnen bezuinigen op het geld dat zij vanuit de overheid krijgen. De faculteiten moeten deze maand met voorstellen komen over herinrichting van wetenschappelijke afdelingen en bundeling van onderwijs en onderzoek binnen de faculteit en met andere faculteiten. Ook moeten ze aangeven welke onderdelen onvoldoende bijdragen aan de doelen van de faculteit. Het vrijkomende geld wil het college vooralsnog gebruiken voor vernieuwing in onderwijs, onderzoek en infrastructuur. Het college spreekt daarom niet van bezuiniging maar van ‘flexibilisering’.

‘Huishoudpotje verdelen is ouderwets’

‘Huishoudpotje verdelen is ouderwets’

‘Huishoudpotje verdelen is ouderwets’

De kaasschaafmethode dan? Ook niet. Van der Zanden vindt dat de complete financiële structuur waar de universiteit op gestoeld is, moet veranderen. “Het intelligent verdelen van hun huishoudpotje; dat is waar universiteiten goed in zijn”, aldus Van der Zanden. Hij vindt dat niet meer van deze tijd. “Typisch iets van de tweede generatie universiteit. Het onderwijs moet geld gaan verdienen. De universiteit moet zelf als entrepreneur opereren en niet slechts ondernemerschap prediken aan studenten.”Van der Zanden verdedigde onlangs zijn proefschrift ‘The Facilitating University’. Daarin beschrijft hij hoe universiteiten wereldwijd langzamerhand in hun derde fase, de zogenaamde valoriserende fase, van hun ontwikkeling belanden.

“Het systeem dat de docent zijn kennis overdraagt op de student en de universiteit in ruil daarvoor geld ontvangt van de overheid staat zwaar onder druk”, stelt Van der Zanden. “Studenten die hun studie afronden, leveren een faculteit wel geld op, maar het universiteitsgeld wordt verdeeld op basis van de hoeveelheid publicaties van onderzoeksgroepen. Voor faculteiten is het lucratiever om onderzoek te doen dan onderwijs te geven. De universiteit dreigt hierdoor een onderwijsfabriek te worden waarbij er steeds minder contacturen zijn tussen docent en student.”Van der Zanden is voorstander van een systeem waarbij bedrijven die een technisch hoogstandje willen laten ontwikkelen, een beroep kunnen doen op studenten.

“Ik kijk altijd met verbazing naar projecten als de Nuna-zonnewagen”, zegt Van der Zanden. “Het is goed dat studenten ervaring opdoen. Maar vooral de sponsorende bedrijven zijn gebaat bij dergelijke projecten. Het is fantastische reclame voor ze. De universiteit levert het nauwelijks iets op. Ja, een goed imago en dus weer meer studenten en daardoor een paar tientjes extra inkomsten”, aldus de onderzoeker gekscherend.Bij de derde generatie universiteit, waarbij ook geavanceerdere vormen van informatie-uitwisseling, wiki’s en internationale netwerken van databases van steeds groter belang worden, zijn veel gunstigere constructies denkbaar. Van der Zanden: “Bedrijven kunnen een klus uitbesteden aan een universiteit. Docenten inventariseren welke kennis nodig is om een product of dienst te ontwikkelen en definiëren op die manier het leermateriaal. Studenten, en dat kunnen ook studenten van buiten de TU zijn, kunnen solliciteren voor onderdelen van de klus. De universiteit krijgt van het bedrijf betaald voor het in zodanige vorm gieten van de opdracht dat studenten ermee aan de slag kunnen en voor de studentenbegeleiding. De studenten verdienen studiepunten en werken op die manier interdisciplinair. Ook dat is van groot belang.”Op korte termijn kunnen de financiën alleen hiermee niet op orde gesteld worden. Het duurt jaren voordat de universiteit op deze manier kan functioneren.

Van der Zanden heeft wel een puntje waar op korte termijn winst mee te boeken valt: geen extra ruimte meer huren van andere instituten als oplossing voor de ‘overvolle collegezalen’ van de TU. “Dat kost jaarlijks miljoenen en is nergens voor nodig. Als er flexibeler met de beschikbare ruimte wordt omgesprongen, dan is er helemaal geen tekort aan collegeruimte.”Met wat elektronica en schuifdeuren zijn collegezalen volgens hem bijvoorbeeld makkelijk in tweeën te splitsen als er twee colleges tegelijk ingeroosterd staan met weinig studenten. Dat bespaart ruimte. Waar de TU volgens de ict-expert in geen geval op moet bezuinigen – het lijkt niet erg verrassend - is ict. “Als we dat doen, leggen we een grote extra last op docenten die nu gebruik maken van geautomatiseerde tijdsbesparende processen.”

Bovendien, de automatisering waar ict bij de tweede generatie universiteit toe heeft geleid, is volgens Van der Zanden bij lange na niet het eindstation. “Kijk om je heen. Overal maken mensen gebruik van interactieve software, zoals twitter en wiki’s. De TU heeft een sociale ict-architectuur nodig aanvullend op blackboard waarin dergelijke interactie software een plek krijgt.” Dat is een vereiste voor het door hem beschreven financieringssysteem waarin een belangrijke rol is weggelegd voor het de student als producent.

BezuinigingOm de financiële problemen van de TU Delft het hoofd te bieden, moeten alle faculteiten van het college van bestuur aangeven hoe ze tien procent kunnen bezuinigen op het geld dat zij vanuit de overheid krijgen. De faculteiten moeten deze maand met voorstellen komen over herinrichting van wetenschappelijke afdelingen en bundeling van onderwijs en onderzoek binnen de faculteit en met andere faculteiten. Ook moeten ze aangeven welke onderdelen onvoldoende bijdragen aan de doelen van de faculteit. Het vrijkomende geld wil het college vooralsnog gebruiken voor vernieuwing in onderwijs, onderzoek en infrastructuur. Het college spreekt daarom niet van bezuiniging maar van ‘flexibilisering’.