Een illustratie van Liam van Dijk
Beurspromovendi zijn op de TU Delft geen medewerker, maar ook geen student. (Illustratie: Liam van Dijk)

Inflatie drijft beurspromovendi financieel in het nauw en hun positie binnen de TU is zo onduidelijk dat misbruik op de loer ligt. De TU helpt nauwelijks, ontdekte Delta.

Read in English 

Wat ga je lezen?

  • Delta onderzocht de situatie van beurspromovendi. Het resultaat lees je in dit artikel.
  • Honderden promovendi van de TU Delft ontvangen in plaats van een salaris een beurs die ver onder het minimumloon ligt. De inflatie maakt rondkomen van zo’n laag loon nóg moeilijker.
  • Deze zogeheten beurspromovendi of bursalen gelden binnen het universitaire systeem noch als werknemer noch als student. Vaak lopen ze faciliteiten en regelingen mis waar werknemer-promovendi wél recht op hebben. Bovendien mogen ze niet deelnemen aan medezeggenschap. “Hun positie is kwetsbaarder dan kwetsbaar”, zegt een begeleider die meerdere beurspromovendi onder zijn hoede heeft.
  • Hun onduidelijke positie leidt tot verwarring en oneigenlijke inzet. Delta sprak een beurspromovendus die les móet geven van zijn supervisor, terwijl dit niet op initatief van de universiteit hoort te gebeuren.
  • In tegenstelling tot andere Nederlandse universiteiten is de TU niet bereid om beurspromovendi financieel te helpen. Verschillende TU-afdelingen hebben afgelopen jaar hulpverzoeken van beurspromovendi geweigerd.
  • Dit artikel werkt met ‘plusjes’. Klik op een sterretje (*) achter een zin voor meer informatie over het desbetreffende onderwerp.

Beurspromovendus Swarnim uit India weet precies hoeveel de prijs van eieren is gestegen. Kostte drie dozijn eieren een jaar geleden nog 3,50 euro, nu is dat 7,50 euro. Ook de prijs van rijst, brood, olie en talloze andere boodschappen kent hij uit zijn hoofd, inclusief de flinke prijsstijgingen. Swarnim koopt alleen grootverpakkingen waar hij weken tot maanden mee kan doen. Dat is voordeliger. Hij moet wel, want zijn maandelijkse inkomen als beurspromovendus is niet voldoende om de eindjes aan elkaar te knopen. 

Beurspromovendi als Swarnim zijn hard getroffen door de inflatie, blijkt uit gesprekken die Delta voerde met hen en hun belangenorganisaties. Daarnaast gelden ze niet als werknemer van de TU Delft, waardoor ze bijna nergens kunnen aankloppen voor hulp. Doorgaans zijn ze overgeleverd aan de willekeur en bereidheid van de onderzoeksafdeling waar ze onder vallen. Volgens universitair docent en supervisor Saket Pande van de faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen – die meerdere beursonderzoekers onder zijn hoede heeft – vormen beurspromovendi de meest kwetsbare groep aan de universiteit.

Honderden euro’s minder dan minimum
Rondkomen van een beurs was al lastig, omdat beurspromovendi doorgaans flink onder het minimumloon (1.995 euro bruto) krijgen. Nu de prijzen zijn gestegen, staat het water velen aan de lippen. “Ik log drie tot vier keer per week in op mijn bankrekening om al mijn uitgaven na te rekenen. Steeds bekruipt me een gevoel van stress. Ik kom altijd geld tekort”, zegt promovendus Marcus wiens beurs eveneens honderden euro’s onder het minimumloon ligt.

De hoogte van hun beurs verschilt per herkomstland met uitschieters naar beneden en naar boven. Zo ontvangen Vietnamese beurspromovendi een jaarlijks bedrag dat neerkomt op zo’n 900 euro netto per maand en krijgt een Indonesische promovendus met gezin tussen de 1.300 en maximaal 2.100 euro netto per maand.* Dat bedrag is dus inclusief familie-toeslagen. De meeste promovendi waar Delta mee sprak, ontvangen zo’n 1.200 euro netto per maand. Ter vergelijking: het salaris van een werknemer-promovendus ligt in 2023 tussen de 2.541 en 3.247 euro bruto per maand (bij benadering tussen de 2.222 en 2.636 euro netto per maand). Vakantiegeld en eindejaarsuitkering zijn hier niet bij meegeteld. 

Illustratie: Liam van Dijk
(Illustratie: Liam van Dijk)

Soorten promovendi

Promovendi aan Nederlandse universiteiten worden op verschillende manieren gefinancierd. Koepelorganisatie Universiteiten van Nederland onderscheidt vier categorieën. 446 van de in totaal 3.253 Delftse promovendi zijn beurspromovendus: zij ontvangen een beurs – vaak vanuit een nationale of regionale overheid in hun moederland – en doen daarmee promotieonderzoek aan de TU Delft. De meeste beursfondsen betalen ook de tuition fee (eenmalig collegegeld van 11 duizend euro voor het gehele promotietraject, red.) een bench fee van beurspromovendi*. De ‘bursalen’ zijn niet in dienst bij de universiteit, waardoor ze niet onder een cao vallen. Wel tekenen ze een gastvrijheidsovereenkomst met de TU. Het verschilt in de praktijk per faculteit of per vakgroep of en op welke universitaire voorzieningen zij aanspraak kunnen maken, ook al zijn hun rechten op papier gelijk. Beurspromovendi hebben overigens recht op huurtoeslag.

2.378 promovendi zijn werknemer-promovendi en wél in dienst. Zij ontvangen een salaris, vallen onder een cao en hebben recht op allerlei voorzieningen van TU, gemeente en Nederlandse overheid. Daarnaast zijn er extern gefinancierde promovendi (295) die meestal door bedrijven worden betaald en buitenpromovendi (69) die hun promotietraject doorgaans zelf bekostigen. Ook deze laatste twee categorieën zijn niet in dienst bij de TU en tekenen een gastvrijheidsovereenkomst.

Op de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) na heeft de TU Delft de meeste beurspromovendi, zowel in aantal als percentueel (14 procent van het totale aantal promovendi). De cijfers van de RUG zijn enigszins vertekend omdat ook de omstreden ‘promotiestudenten’ onder de categorie beurspromovendi vallen. Na TU Delft hebben de Universiteit Leiden (350; 9 procent van het totale aantal promovendi) en Universiteit Utrecht (270; 7 procent van het totale aantal promovendi) de meeste beurspromovendi.

De enige reden dat Swarnim wél rondkomt, is zijn vrouw. Zij kwam een jaar na hem naar Nederland en vond een baan in een supermarkt. Dat geeft lucht, zij het niet voldoende om een volwaardig bestaan op te kunnen bouwen. “We zijn beiden 34 en denken na over een gezin, maar dat is nu financieel onhaalbaar. We moeten onze pogingen om kinderen te krijgen dus uitstellen tot na mijn promotie”, zegt Swarnim.

Een gezin is voor ons nu financieel onhaalbaar

Delta sprak meerdere promovendi die alleen dankzij het inkomen van hun partner rondkomen. Rama uit Indonesië, bijvoorbeeld, woont hier met zijn vrouw en twee kinderen. Vanwege zijn kinderen krijgt Rama een aanvullende beurs van de Indonesische overheid en ook zijn vrouw werkt in een supermarkt. Voordat zij en zijn kinderen in Nederland waren, gebruikte hij zijn spaargeld om de eindjes aan elkaar te knopen. Ook andere promovendi die Delta sprak moeten hun spaargeld aanspreken.

Stress en isolatie
Als alleenstaande is de beurs van promovendus Marcus voor hem net voldoende om zijn huur te betalen en eten te kopen. Hij budgetteert alles, koopt grootverpakkingen waar hij anderhalve maand mee doet en let erop dat hij niet te veel eet. Zijn financiële onzekerheid valt hem zwaar. “Bij elke boodschap vraag ik me af of ik het me kan veroorloven.”

Anneke Kastelein, voorzitter van Promovendi Netwerk Nederland (PNN), ziet dat de benarde financiële positie nog een ander gevolg heeft. Het isoleert. “Beurspromovendi kunnen niet zomaar met collega’s uit eten of een koffie halen. Leuke dingen doen in je vrije tijd of een band onderhouden met je collega’s wordt daardoor erg lastig.”

Promovendus Marcus herkent dat. Hij weet slechts een paar keer per jaar genoeg geld bijeen te schrapen om iets leuks te doen met vrienden, bijvoorbeeld met kerst. “Ik voel me maanden daarna nog schuldig. Het zou fijn zijn om een keer iets zonder schuldgevoel te ervaren.”

De vijf grootste landen van herkomst van beurspromovendi aan de TU Delft.

‘Beurspromovendi zijn de ongedocumenteerden van de universitaire wereld’

Financiën vormen niet het enige probleem waar beurspromovendi tegenaan lopen: ze vallen voortdurend tussen wal en schip. Bij de TU Delft, de belastingdienst en andere instanties. Omdat de onderzoekers noch werknemer, noch student* zijn ontvangen ze geen kinderopvang- en zorgtoeslag, kunnen ze niet altijd met zwangerschapsverlof, bouwen ze geen vakantiedagen en pensioen op en hebben ze moeite met het vinden van betaalbare huisvesting. Ook stijgt hun inkomen niet mee met de inflatie, omdat ze niet onder in cao’s afgedwongen salarisverhogingen vallen. Werknemer-promovendi hebben wél recht op al deze dingen. “Beurspromovendi zijn de ongedocumenteerden van de universitaire wereld”, zegt supervisor Pande.

Onwetendheid
Volgens een TU-woordvoerder kunnen beurspromovendi “in principe dezelfde” faciliteiten gebruiken als andere promovendi. Desondanks verschilt het per faculteit en soms zelfs per vakgroep welke TU-faciliteiten de beurspromovendi ontvangen. Zo krijgt de één net zoals werknemer-promovendi reisbudget om conferenties te bezoeken, terwijl de ander die volledig uit eigen zak moet betalen.* En terwijl promovendi doorgaans een laptop van de universiteit ontvangen, krijgen sommigen die ondanks het betalen van een bench fee alleen na lang aandringen. Of helemaal niet. PNN-voorzitter Kastelein: “Als werknemer-promovendus kun je altijd terugvallen op in cao of universitair beleid vastgelegde basisfaciliteiten. Dat is gewoon een recht. Maar beurspromovendi hebben dit recht niet.” Volgens Kastelein veroorzaakt dit veel druk op beurspromovendus. “Terwijl ze niet altijd uit culturen komen waarin het normaal is om voor jezelf op te komen.”

‘Het duurde maanden voordat ik wist waar ik precies recht op had’

De Indonesische Rama denkt dat hierbij niet zozeer opzet, maar vooral onwetendheid de voornaamste oorzaak is. Hij is penvoerder van zo’n tien Indonesische beurspromovendi. “Indonesische promovendi betalen allemaal een bench fee en we vallen allemaal onder hetzelfde fonds. Toch ontvingen sommigen pas na lang aandringen een werklaptop van de universiteit. Ik denk dat afdelingen zo weinig ervaring hebben met beurspromovendi dat ze er automatisch vanuit gaan dat we geen recht hebben op faciliteiten.” Voor beurspromovendi zelf is het ook niet altijd duidelijk. “Het duurde maanden voordat ik wist waar ik precies recht op had”, zegt promovendus Alisa uit Indonesië.

De buitenlandse onderzoekers zijn soms afhankelijk van de inzet van hun supervisor. “Toen ik hier kwam, kreeg ik van mijn supervisor een lijst met faciliteiten die ik mocht gebruiken”, vertelt Rama. “Een beurspromovendus die na mij op dezelfde afdeling kwam werken, kreeg dit niet. Ik moest haar wijzen op haar rechten want binnen de TU zelf is er niks over te vinden.”

‘Supervisors lopen soms ook tegen een muur van onmogelijkheden op’

Kastelein van PNN ziet dat supervisors soms ook geen kant op kunnen. “De meeste supervisors proberen hun beurspromovendus te helpen waar mogelijk, maar vaak lopen ook zij tegen een muur van onmogelijkheden op bij hun universiteit."

Lesgeven
Promovendus Marcus kon juist niet bij zijn supervisor terecht: “Deze vertelde me dat ik geen recht had op faciliteiten omdat ik beurspromovendus was, terwijl ik van collega’s hoorde dat mijn voorganger, ook een beurspromovendus, daar wél recht op had.” Hij besloot daarom naar zijn vakgroephoofd te stappen. “Die heeft uitgezocht waar ik recht op heb, waarna ik bijvoorbeeld wel op kosten van de universiteit naar conferenties en workshops mocht.”

In een enkel geval lijkt er sprake te zijn van het oneigenlijk inzetten van beurspromovendi. Delta sprak een bursaal die van zijn supervisor masterstudenten moet begeleiden en moet optreden als teaching assistant, terwijl deze bursaal en diens beursverstrekker dit niet willen. Delta legde deze kwestie voor aan PNN-voorzitter Kastelein. Ze noemt het een “ongebruikelijke zaak” omdat de meeste universiteiten het beleid hebben dat beurspromovendi géén les mogen geven. Ze kent gevallen op andere universiteiten waarbij beurspromovendi lesgeven. Soms vrijwillig, een andere keer afgedwongen. “Enerzijds willen sommige beurspromovendi juist lesgeven omdat het in hun vakgebied belangrijk is om zoiets op een cv te hebben staan. Anderzijds zien we dat het lesgeven extra druk oplevert, terwijl lesgeven doorgaans niet ter sprake komt wanneer ze worden aangenomen.”

Navraag bij de TU Delft leert dat lesgeven voor beurspromovendi niet verboden is. Net als PNN zegt de TU-woordvoerder dat het relevant kan zijn voor hun baankansen, maar dat het ook ten koste kan gaan van de tijd die de onderzoekers hebben voor hun onderzoek. Volgens de TU komt het niet vaak voor dat beurspromovendi onderwijstaken hebben. De woordvoerder verwijst hierbij naar een eind 2022 rondgestuurde vragenlijst waarin minder dan 5 procent van de promovendi met een beurs zegt  les te geven. Hij voegt toe: “Bovendien zal dit ook kunnen afhangen van de eisen van een beursverstrekker. Niet van de universiteit.”*

Geen medezeggenschap
Wat hun situatie niet verbetert, is dat beurspromovendi geen wettelijk gewaarborgd loket hebben om hun klachten of knelpunten aan te kaarten. Door hun ‘zwevende status’ worden ze niet wettelijk vertegenwoordigd door de studentenraad (sr) of de ondernemingsraad (or). Wel kan de or volgens voorzitter Menno Blaauw uit eigen beweging problemen van beurspromovendi en andere TU-groepen die niet officieel in dienst zijn aankaarten. “Bijvoorbeeld wanneer signalen binnenkomen via UPC (de University PhD council, de centrale promovendiraad red). We luisteren naar iedereen die op de campus rondloopt.” De or heeft tot nu toe geen specifieke problemen van beurspromovendi geagendeerd.

Volgens Kastelein van PNN is één van de gevolgen hiervan dat er weinig bewustzijn is over de problemen waar beurspromovendi mee worstelen. “Mensen schrikken nog steeds wanneer ik ze vertel dat hun inkomen zo laag is of dat ze geen toegang hebben tot dezelfde faciliteiten als werknemer-promovendi.”

Wel kunnen ze voor advies en met klachten terecht bij de facultaire en centrale promovendiraad. Er zit zelfs een beurspromovendus in het bestuur van de laatste, de UPC. Eén probleem: de UPC heeft niet dezelfde juridische status als de or, sr en onderdeelcommissies, al mogen werknemer-promovendi zich wel verkiesbaar stellen voor deze medezeggenschapsraden. Desondanks heeft de UPC de inflatieproblemen van beurspromovendi het afgelopen jaar binnen de TU aangekaart, zegt beurspromovendus en UPC-bestuurslid David Agoungbome. UPC trok ook bij Delta aan de bel.

Machtsmisbruik
Beurspromovendi kunnen eveneens aankloppen bij vertrouwenspersonen en de ombudsman voor personeel. Toch lijkt die stap groot. Zo schreef voormalig extern vertrouwenspersoon Sandra van der Hor in 2021 dat promovendi doorgaans pas na hun promotie melding durven doen van ongewenst gedrag als intimidatie, discriminatie en machtsmisbruik. “De angst bestond dat dit gevolgen zou hebben voor hun toekomstige carrière binnen, of zelfs buiten de TU Delft”, aldus Van der Hor in Delta.

Dit werd ook duidelijk tijdens het maken van dit verhaal: de meeste beurspromovendi willen niet met hun echte naam in Delta uit angst voor de gevolgen. Van der Hor concludeerde dat de positie van promovendi - en ze bedoelt hiermee ook op de andere drie soorten promovendi - te kwetsbaar en afhankelijk is. Supervisor en docent Pande noemt de positie van beurspromovendi daarom “kwetsbaarder dan kwetsbaar”. Hij legt uit: “Promovendi in het algemeen behoren al tot de meest kwetsbare groep binnen universiteiten. Voor beurspromovendi komt daar nog eens bij dat ze hun problemen vrijwel nergens kunnen aankaarten en geen officiële representatie hebben binnen de TU.”

Afhankelijke positie
PNN-voorzitter Kastelein deelt zijn mening. “Als promovendus ben je afhankelijk van je instituut, vakgroep en supervisors voor het behalen van je doctorsgraad. Als beurspromovendus hangt hier ook je visum van af. En sommige beurzen moet je volledig terugbetalen als je niet binnen vier jaar promoveert. Dat maakt het niet zomaar een baan die je kunt opzeggen als het promotietraject je niet bevalt.” Zij ziet dat niet alleen Delftse promovendi hiermee kampen. Het is een landelijk probleem, zegt ze. PNN kreeg dusdanig veel schrijnende signalen binnen dat de belangenorganisatie besloot een landelijke enquête op te stellen. De resultaten daarvan volgen eind deze zomer.

Hun onduidelijke status bezorgt de beurspromovendi ook problemen ook op de huurmarkt. Ze huren noodgedwongen in het duurste segment. Dat zit zo: een groot deel van de verhuurders in Delft en omstreken vraagt potentiële huurders om een loonstrookje als bewijs van inkomen, maar dat hebben de promovendi niet. Ze ontvangen immers een beurs en geen salaris.

Zonder loonstrookje kan ik niet betaalbaar wonen 

Promovendus Swarnim regelde een officieel bewijs van zijn inkomen bij de Indiase provincie die zijn beurs verstrekt, inclusief stempels. “De verhuurder accepteerde dit bewijs niet, het moest en zou een loonstrookje zijn.” Vervolgens klopte hij aan bij de afdeling Human Resources van de TU Delft. Konden zij een bewijs van inkomen over zijn beurs verstrekken? Dat kon niet: Swarnim is immers niet officieel in dienst. Hij betaalt nu zo’n 1.200 euro voor huisvesting. “Dat is mijn gehele beurs, maar zonder zo’n loonstrookje kan ik nergens anders wonen.” De promovendi die aan dit artikel meewerkten, zijn tussen de 800 euro en 1.200 kwijt aan woonlasten.

Mailwisseling
Dit is niet de enige keer dat de TU weinig kon of wilde doen voor beurspromovendi. Zo kreeg een Indonesische beurspromovendus nul op het rekest toen hij namens zo’n tien andere promovendi om hulp vroeg bij de afdeling Education & Student Affairs (ESA) en de Graduate School. De onderzoekers hadden namelijk van hun beursverstrekker Lembaga Pengelola Dana Pendidikan (LPDP) te horen gekregen dat die bereid was om hun beurzen te verhogen vanwege de inflatie. Ze hoefden alleen een officiële instantie zoals de universiteit te vragen om schriftelijk te bevestigen dat het levensonderhoud duurder was geworden in Nederland.

Er volgde een mailwisseling met ESA die Delta heeft ingezien. De medewerker van ESA antwoordde onder meer dat de TU geen invloed heeft op de hoogte van beurzen en dat Indonesische promovendi er zelf voor hebben gekozen om naar Nederland te komen. Op de vraag van de beurspromovendus waar ze dan wél terecht konden, stuurde de medewerker een link naar koopkrachtdata op de website van het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Volgens de beurspromovendus hebben Indonesische bursalen in het Britse Leeds wel een officieel document ontvangen, waarop LPDP de beurzen verhoogde. Rama kan zijn uitspraak bewijzen met documentatie. Delta legde de kwestie in grote lijnen voor aan ESA, maar om de identiteit van de desbetreffende promovendi te beschermen, was het niet mogelijk om in te gaan op details. In plaats daarvan vroeg Delta wat het beleid was van ESA wanneer beurspromovendi hun eigen beursverstrekker om hulp vroegen. Daar kwam geen duidelijk antwoord op. De TU-afdeling gaf via de perswoordvoerder een algemente uitleg waarin het onder meer zei dat ESA soms contact heeft met beursverstrekkers over hun beursbeleid en onderdeel uitmaakt van landelijke gesprekken over de financiering van beurspromovendi.

Inkomen aanvullen
De financiële problemen van beurspromovendi waren ook voordat de inflatie zijn intrede deed bekend. Zo hebben onderzoeksjournalistiek platform Follow the Money en universiteitsblad Folia (Universiteit van Amsterdam) daar eind 2022 over gepubliceerd. Naar aanleiding van deze berichtgeving onderzoekt de Universiteit Utrecht of ze het inkomen van beurspromovendi kan aanvullen, ook wel een top-up genoemd. Wageningen University & Research heeft beloofd datzelfde te doen en het college van bestuur van de Radboud Universiteit Nijmegen besloot in maart om vanaf aankomend academisch jaar de beurzen te verhogen tot 1.700 euro.* De Rijksuniversiteit Groningen en Universiteit van Amsterdam vullen het inkomen al langer aan.

Zo’n top-up zou ook in Delft meer dan welkom zijn, zeggen alle beurspromovendi die Delta sprak. Delta vroeg de TU of de hoge inflatie aanleiding vormt om alsnog in gesprek te gaan met een lokale belastingadviseur om dit mogelijk te maken. Dat is niet het geval. “Aanvullen van beurzen is geen standaardbeleid van de TU. Hier zitten arbeidsrechtelijke en financiële consequenties aan. In hoeverre dit speelt verschilt ook per belastingregio”, schrijft de perswoordvoerder in antwoord op een reeks vragen. Wel zegt de TU aangesloten te zijn bij het landelijke overleg van Universiteiten van Nederland over beurspromovendi en hun beursbedragen. Er wordt gewerkt aan meer eenduidigheid door landelijke onderhandelingen over de contractvoorwaarden, inclusief financiële randvoorwaarden en inflatiecorrectie met de meest voorkomende beursvertrekkers..*  Ook zegt de TU soms zelf contact te hebben met buitenlandse beursverstrekkers.Overigens scheldt de TU - net als alle andere Nederlandse universiteiten - soms wel de bench en tuition fees van beurspromovendi kwijt.

Illustratie: Liam van Dijk
Illustratie: Liam van Dijk

Beurspromovendi populair

Volgens NRC besparen universiteiten met de inzet van beurspromovendi in vier jaar tijd zo'n 260 duizend euro personeelskosten per promovendus: universiteiten betalen de bursalen immers geen salaris. Daarnaast krijgen de universiteiten een promotiebonus van ongeveer 80 duizend euro per gepromoveerde onderzoeker en betalen beurspromovendi een bench fee, waarmee veel onderzoekskosten worden gedekt. Hoewel de beurspromovendi geen salaris ontvangen en een flinke zak geld meenemen, zeiden Nederlandse universiteiten onlangs tegen Follow the Money dat ze niet verdienen aan beurspromovendi. Tegen de NOS lijkt een opleidingscoördinator van de Universiteit Utrecht een stuk transparanter. Ze vertelt dat universiteiten graag met Chinese beursonderzoekers in zee gaan omdat ze hen geen salaris hoeven betalen. “Ze krijgen een vliegticket, een visum en vier jaar levensonderhoud. Dat is voor ons aantrekkelijk, want dat is goedkoop.”

Nederlandse universiteiten sturen jaarlijks vertegenwoordigers naar het buitenland om bursalen te werven. De TU Delft zegt zelf dat de meeste bursalen zelf bij de universiteit aankloppen en “over het algemeen” geen beurspromovendi te werven. Ze neemt wel deel aan wervingsactiviteiten waarbij ‘promovendi die een beurs of eigen financiering meenemen hun kansen voor een gesprek (met een universitaire vertegenwoordiger, red.) aanzienlijk vergroten’, aldus een evenementpagina. De twee grootste wervingsevenementen voor Nederlandse universiteiten hebben jaarlijks plaats in Beijing en Shanghai. Getalenteerde Chinese onderzoekers worden daar gekoppeld aan potentiële supervisors in andere landen. Ook in Indonesië ontmoeten onderzoekers en potentiële Nederlandse supervisors elkaar op speciale wervingsevenementen. In 2022 was dit evenement zelfs op de Nederlandse ambassade. De Radboud Universiteit Nijmegen raakte in 2020 in opspraak vanwege drie vacatures voor beurspromovendi. De universiteit heeft de vacatures vlak daarna offline gehaald. 

Het grote verschil in hoe werknemer- en beurspromovendi worden behandeld geeft die laatste groep een gevoel van hulpeloosheid, onrechtvaardigheid en onderwaardering. Zo zegt Swarnim: “We zijn net zulke goede onderzoekers als werknemer-promovendi, terwijl we minder verdienen. De TU weigert ons financieel te helpen. Het voelt alsof de TU ons als niet meer dan goedkope arbeidskrachten ziet.” Alisa voelt zich terneergeslagen wanneer ze bedenkt hoe groot het salarisverschil tussen haar en werknemer-promovendi is. “Maar ik heb niet echt het idee dat we er iets aan kunnen doen.”

Supervisor Saket Pande deelt dit gevoel: “Beurspromovendi zijn enorm gedreven en getalenteerd. Toch heb ik het idee dat ze als ‘minder’ worden gezien binnen de TU.”

‘Universiteiten willen wel de lusten, maar niet de lasten’

Promovendus Marcus is opgehouden om zich over zijn behandeling op te winden, zegt hij. Dat kost toch alleen maar energie die hij goed kan gebruiken voor zijn promotieonderzoek. “Het is mentaal en emotioneel slopend om zelfs voor de kleinste dingen te moeten strijden, puur omdat ik beurspromovendus ben. Ik ben moegestreden. Ik wil alleen nog maar mijn promotie overleven en stilletjes weggaan.”

Kastelein van PNN is kritisch op universiteiten die wel beurspromovendi binnenhalen, maar vervolgens weinig hulp bieden. “Ze willen wel de lusten, maar niet de lasten.” Ze benadrukt dat de problemen er niet toe moeten leiden dat beurspromovendi niet meer aangenomen worden. “Universiteiten moeten er alles aan doen om de positie van beurspromovendi te verbeteren. Ze zijn net zo goed als werknemer-promovendi. Behandel ze dus ook op die manier”, aldus Kastelein.

UPC-bestuurslid Agoungbome wijst op het Strategisch Kader van de TU, waarin diversiteit en inclusie als belangrijke waarden zijn vastgelegd. “Beurspromovendi komen vaak uit landen met een lager tot middelhoog inkomen. Als je belemmeringen opwerpt voor beurspromovendi, loop je de kans dat er alleen nog maar onderzoekers uit rijke of Westerse landen naar Nederland komen. Dan ben je geen diverse en inclusieve universiteit meer.”

Tips van promovendi voor de universiteit:

  • Onderzoek of een salarisverhoging mogelijk is. “Het geeft ons ademruimte”, zegt Swarnim.
  • Zorg ervoor dat beurspromovendi hun zorgen en klachten kunnen uiten bij een universitair loket dat juridische slagkracht heeft.
  • Zorg voor preventieve informatievoorziening. Rama: “Als je meteen in je eerste week een A4’tje krijgt waarop al je rechten worden genoemd, voorkom je dat we faciliteiten mislopen.”

Journalistieke verantwoording
Delta sprak, belde en mailde de afgelopen maanden met meer dan twaalf beurspromovendi uit zeven verschillende landen die op de TU Delft werken. Ook sprak Delta met beurspromovendi van andere universiteiten. Daarnaast benaderde de redactie meerdere supervisors van bursalen, maar slechts één van hen was bereid tot een interview. Delta heeft alle informatie van beurspromovendi zoveel mogelijk proberen te verifiëren bij de TU Delft zelf. In één geval was dat niet mogelijk zonder het risico te lopen de identiteit van de beurspromovendi in kwestie te onthullen. Delta vroeg die onderzoeker – de promovendus die lesgeeft – zijn informatie te onderbouwen met documentatie. Dat is in de ogen van Delta afdoende gebeurd. De echte namen van de deelnemende beurspromovendi zijn bij de redactie bekend.