Kort

Betere contracten voor promovendi?

Promovendi krijgen soms vreemde arbeidscontracten voorgelegd die eigenlijk niet mogen van de cao. De oplossing volgens demissionair minister Van Engelshoven: iedereen moet met elkaar om tafel.
Promovendi aan Nederlandse universiteiten horen vier jaar fulltime in dienst te zijn: dat is zo afgesproken in de cao. Maar vaak genoeg moeten ze in deeltijd werken, krijgen ze een jaartje minder de tijd of geven ze veel onderwijs ernaast.

Dubieus contract
Het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) neemt ieder jaar de proef op de som door alle vacatureteksten voor nieuwe promovendi te analyseren. In die laatste Monitor Arbeidsvoorwaarden over het jaar 2019 stond dat veel vacatureteksten nogal vaag waren en dat bij zeker 12 procent kandidaten een “dubieus contract” werd aangeboden.
Aangespoord door de Tweede Kamer ging de minister erover in gesprek met de werkgevers: universiteitenvereniging VSNU, wetenschapsfinancier NWO, wetenschapsgenootschap KNAW en ziekenhuizenfederatie NFU. Maar wat helpen die gesprekken?

Meer gesprekken
Om de vinger aan de pols te houden, dienden meerdere politieke partijen een lijstje met vragen in, die de minister nu heeft beantwoord. De rode draad: er komen nog meer gesprekken aan. Iedereen praat met iedereen.Zo houdt de VSNU een ‘periodiek overleg’ met het PNN om “het promovendibeleid beter vorm te geven” en blijven NWO, KNAW en NFU graag praten over “uitzonderingen en verbeterpunten die uit de PNN-monitor voortvloeien”.
En dan is er nog de minister zelf. Die blijft met het PNN in gesprek over het fel bekritiseerde experiment met beurspromovendi (die buiten de cao vallen). Zelf praat ze daar ook over met de Rijksuniversiteit Groningen, die de meeste van deze promovendi heeft aangesteld.

Checklist
Leiden die gesprekken ergens toe? “Het gaat niet zo snel als we zouden willen”, zegt PNN-voorzitter Rosanne Anholt. “De problemen zijn niet weg: we worden als PNN nog steeds regelmatig gebeld door promovendi die zich afvragen of het wel normaal is dat ze een contract van 0,8 fte voor drie jaar hebben.”
Toch worden er wel stappen gezet. Het PNN heeft bijvoorbeeld een ‘checklist’ gemaakt die alle human resource-directeuren via de universiteitenvereniging hebben gekregen. “Daarin staat precies omschreven waaraan een PhD-vacature volgens het PNN moet voldoen”, legt Anholt uit. “Het is voor ons dan afwachten of en wanneer zoiets echt doorsijpelt naar de afdelingen.”
De werkgevers hebben de minister laten weten dat hun human resource-afdelingen de checklist gebruiken voor hun vacatureteksten, schrijft Van Engelshoven. Anholt hoopt dat promovendi er iets van gaan merken.

Deadlines
Een andere stap is dat de instellingen werk maken van hun loopbaanbegeleiding voor promovendi. De universiteiten gaan bovendien kijken of het aantal onderwijstaken kan worden beperkt. En daarover gaan ze praten met het PNN.
Van de PvdA mag het allemaal wat concreter. Zijn er ook deadlines waarop er iets verbeterd moet zijn, wil de partij van de minister weten. PNN-voorzitter Anholt ziet daar wel iets in. “Dan kun je toetsen of er echt iets verandert.”
De volgende PNN-monitor van de arbeidsvoorwaarden in vacatureteksten verschijnt in september. Die gaat over het afgelopen jaar, dus de invloed van de checklist is waarschijnlijk nog niet zichtbaar. “Misschien lukt dat volgend jaar”, zegt Anholt.

HOP, Evelien Flink

HOP Hoger Onderwijs Persbureau

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

redactie@hogeronderwijspersbureau.nl

Comments are closed.