'Belangrijk dat edX non-profit is'

De TU Delft zal haar drie eerste massive open online courses (moocs) komend collegejaar aanbieden op edX. Met dit non-profit platform van Harvard en MIT kan iedereen ter wereld gratis online cursussen volgen. Volgens Anka Mulder, secretaris en directeur Onderwijs, wil de TU hier van leren.

Waarom heeft de TU gekozen voor edX?

"Belangrijk is dat edX een non-profit netwerk is. Dat vinden wij goed passen bij de TU Delft. Wij weten nog niet zo goed wat er in de wereld van de moocs gebeurt en wij voelen ons prettiger bij een non-profit netwerk. Leren over online onderwijs is het doel van de universiteiten in dit netwerk. Het gaat niet alleen om het produceren van moocs, maar ook om hoe je daarmee je reguliere onderwijs kunt verbeteren.”

De TU begint met de cursussen Water Treatment Engineering, Solar Energy en Introduction to Aerospace Engineering. Hoe gaan die moocs er uit zien?
“De moocs duren naar schatting zo’n acht weken en bestaan uit colleges, tussentoetsen en opdrachten. Je begint gezamenlijk aan een mooc, hoeveel studenten er ook zijn, en je hebt een einddatum. Het lijkt aan de ene kant behoorlijk op het campusonderwijs, maar is meer geschikt voor zelfstudie thuis. Het zijn wat kortere stukjes, maar inhoudelijk is het van exact dezelfde kwaliteit als wat wij hier bieden. Moocs zijn vaak introductiecursussen in het begin van de bachelorfase, dus niet zozeer een mastervak.”

Waarom zijn moocs gratis? Er gaat voor de universiteit een hoop tijd in zitten.
“Het doel van een mooc is niet om er geld mee te verdienen, maar om de wereld te laten zien welk onderwijs je hebt en daar toegang toe te bieden. Voor een universiteit of voor een docent en hoogleraar is het een goede manier om je terrein of je afdeling of faculteit op de kaart te zetten. Dat is een belangrijke reden om mee te doen. Daarnaast doe je als docent mee in deze beweging van onderwijsvernieuwing.”

Krijgen deelnemers ook tentamens?
“Allereerst zullen er kleine toetsjes in zitten om de student aan de bal te houden. Als je online op afstand onderwijs volgt, heb je best veel zelfdiscipline nodig. Het is de bedoeling dat studenten aan het eind een toets of tentamen doen waarmee ze een informeel certificaat kunnen halen: een DelftX certificaat. Wij weten niet zeker wie op afstand die toets doet.”

Hoe checkt de TU dat?
“Dat is bij moocs niet interessant, want iedereen mag er aan meedoen. Ook als je helemaal geen vooropleiding hebt. Dat is anders dan bij het onderwijs hier, waar we vooropleidingseisen hebben. Bij Stanford hebben 160 duizend mensen aan een mooc meegedaan en twintigduizend deden er tentamen in. Dat is nog steeds heel veel, maar aanzienlijk minder dan er aan begonnen. Dat is ook niet erg.”

Wat als de TU ook 160 duizend deelnemers krijgt? 
“Dat zou mooi zijn, maar dat denk ik niet.”

Waarom niet?
“A: er is al een aantal moocs online en b: toen Stanford een jaar geleden begon was het hartstikke nieuw.”

Twintigduizend tentamens nakijken is een probleem, of niet?
“Ja, dat is hartstikke lastig. Dat vergt het een en ander. Je kunt natuurlijk niet als docent vijftigduizend studenten feedback geven, of zestigduizend tentamens nakijken. Dus als je zo’n mooc ontwikkelt, moet je zorgen dat dat geautomatiseerd is. Je kunt wel een community organiseren, een online discussieforum rond zo’n vak, waarbij studenten met elkaar kunnen chatten of informatie uitwisselen. We hebben al behoorlijk wat ervaring met online onderwijs. We zijn al tien jaar hier mee bezig en al zes jaar met open courseware, maar sommige dingen weten we nog niet en die gaan we met edX uitzoeken.”

Komt er een limiet op het aantal deelnemers?
“Als wij het technisch aankunnen, zou ik zo veel mogelijk mensen willen toelaten.”

Administratie, tussentoetsen, feedback, een community opzetten: komt het reguliere onderwijs niet in gevaar door het extra werk voor de moocs?
“Nee, je moet onderscheid maken tussen moocs en het online masteronderwijs dat Civiele Techniek gaat geven op het gebied van watermanagement. Daarvoor heb je wel formele toetsen en begeleiding van docenten. Dat kost net zo veel tijd als gewoon onderwijs, omdat daar niet duizenden mensen aan mee gaan doen. De eerste keer laten we er maar tien toe, later misschien honderd. Natuurlijk kost de ontwikkeling van moocs tijd. Het college van bestuur trekt financiële ondersteuning uit aan faculteiten die dat gaan doen. Ik denk dat het onderwijs er niet onder te lijden heeft, maar dat het campusonderwijs en het online onderwijs enorm veel van elkaar gaan leren.”

Wat kunnen mensen met het certificaat?
“Dat is nog niet zeker. Ze kunnen zich er in ieder geval niet mee inschrijven bij ons. Je ziet nu in de Verenigde Staten dat sommige werkgevers het wel belangrijk vinden dat iemand een mooc heeft gedaan bij MIT of Harvard. Dat heeft dan wel degelijk waarde. Het is voor jezelf natuurlijk hartstikke goed om aan de buitenwereld te laten zien dat jij je solar energy mooc bij de TU Delft hebt gehaald. Formeel wordt het nog niet erkend in Nederland.”