Overslaan en naar de inhoud gaan
Vele generaties studeerden aan de TU Delft. Wij spraken grootouders en kleinkinderen over toen en nu. In deze aflevering: Paul Scharp en Cilia Claij.
Volgens Cilia Claij en haar opa is de basis van de opleiding werktuigbouwkunde niet veel veranderd. (Foto: Sam Rentmeester)

Vele generaties studeerden aan de TU Delft. Delta sprak met grootouders en kleinkinderen over toen en nu. In deze aflevering: opa Paul Scharp en kleindochter Cilia Claij.

Read this article in English

Paul Scharp was in 1964 niet zomaar een student werktuigbouwkunde. Hij was een beroepsofficier die graag wilde studeren. Gestationeerd in Den Haag was de keuze voor Delft snel gemaakt. Defensie keurde zijn verzoek goed, mits hij afstudeerde binnen de tijd die er voor stond. Veel tijd voor een studentenvereniging had hij niet, wel werd hij lid van studievereniging Leeghwater.

Dezelfde vakkenlijst
Net als zijn kleindochter Cilia Claij (21), want zij koos dezelfde studie. “Vooral vanwege robotica en informatica”, verklaart Cilia. Al is de basis van de opleiding werktuigbouwkunde niet veranderd, constateren ze na een blik op opa Pauls vakkenlijst. “Hoewel, boutjes en moertjes waren tijdens mijn studie heel belangrijk”, zegt hij. Dat ligt nu anders. Volgens kleindochter Cilia krijgen studenten nu colleges met het idee dat ze iets gaan ontwerpen en moeten ze weten of dat ontwerp maakbaar is. “Tijdens projecten werk je wel met boutjes en moertjes, maar het idee erachter is anders”, zegt Cilia.

De 81-jarige Scharp telt op zijn lijst tien vakken in het eerste jaar en negen in het tweede en derde. Cilia had als eerstejaars twaalf vakken en daarna zelfs veertien, maar wel verdeeld per blok. “Wij volgden tien vakken het hele jaar door”, zegt haar grootvader. “Af en toe had je een tussentoets.” Volgens Cilia is dat misschien beter. “Heb je een vak in een blok, dan leer je vooral om het tentamen te halen””, zegt ze. “De hoeveelheid lesstof die je vergeet is best groot.”

Over tentamens gesproken, Scharp durft het nu wel te zeggen: “Ik trouwde in december 1964 en had mijn eerste tentamen in januari 1965. Ik had nog nooit een tentamen gemaakt en was onzeker over wat ik moest verwachten, dus ik had tijdens mijn huwelijksreis mijn studieboeken bij me.” Zijn vrouw was er minder blij mee.

‘Het was bijzonder als er een dame in de collegezaal zat’

Veel vrouwelijke studenten waren er in Scharps tijd niet. “Het was bijzonder als er een dame in de collegezaal zat”, zegt hij. En dan heeft hij het over een zaal van zo’n 250 eerstejaars studenten. “De hoogleraar metaalbewerking was nogal op stijl gesteld. Voordat hij binnenkwam keek zijn assistent of er vrouwen aanwezig waren. Dan kon de hoogleraar bij binnenkomst zeggen: ‘geachte dames en heren’, in plaats van ‘geachte heren’.” Cilia denkt dat tegenwoordig van de zevenhonderd eerstejaars studenten, zo’n tien procent vrouw is.

In de jaren zestig volgde opa Paul colleges in auditoriums met een ‘toonbank en groot bord in het midden.’ “In mijn tijd hadden we overheadprojectors.” Hoewel Cilia in dezelfde soort zalen zit, is het bord vervangen door een scherm. “Aantekeningen maak ik alleen als toevoeging op de slides, bijvoorbeeld als er iets wordt getekend. Ook maak ik soms gebruik van opgenomen colleges in Collegerama. Opa lacht. “Dat hadden we in mijn tijd niet.”

Online vragen stellen
Wat uiteraard ook ontbrak was een online forum voor vragen van studenten. Cilia’s jaar telt zo veel studenten dat er weinig persoonlijk contact tussen studenten en docenten is en docenten zelfs vragen om niet te mailen. “Voor algemene vakken hebben we een online forum, waar je je vragen kunt stellen, zegt ze. “Je kunt er ook antwoorden op veelgestelde vragen van voorgaande jaren op teruglezen. Dat werkt prima.”

Zelf hanteert Cilia de regel dat als zij tijdens colleges iets niet begrijpt en dat ook voor de student naast haar geldt, ze het de docent vraagt. “Tijdens strak geplande colleges is dat lastig, maar in de pauzes of achteraf kan dat prima.“ Als 26-jarige beroepsofficier deinsde ook opa Paul er niet voor terug om vragen te stellen. Omdat hij wat ouder was dan de andere studenten, lieten die het zelfs graag aan hem over. “Al begreep ik zelf de stof, als ik merkte dat andere studenten er moeite mee hadden vroeg ik of de professor het wilde herhalen.” De appel valt niet ver van de boom.

Door: Connie van Uffelen en Marjolein van der Veldt

  • Lees hier de vorige aflevering van deze serie over verschillende generaties op de TU Delft en houd onze website in de gaten voor nieuwe afleveringen.

Krijg Delta updates

Click here to unsubscribe