Campus

Alcohol vóór 17 uur straks niet meer toegestaan op TU-campus

De TU is er vroeg bij met de goede voornemens voor 2023. Vanaf 1 januari gaat er een nieuw alcohol- en middelenbeleid gelden dat tot een cultuurverandering moet leiden.

Facultaire pubs als PSOR mogen vanaf 1 januari geen sterke drank meer schenken. (Foto: Justyna Botor)

De belangrijkste bepaling uit het nieuwe alcohol- en middelenbeleid (intranet) is dat er vóór 17.00 uur, op weekdagen én in weekenden, geen alcohol mag worden gedronken op de gehele campus van de TU Delft, met uitzondering van de studentencomplexen. De grenzen van dat gebied zijn dezelfde als die voor het niet-roken-beleid, dat al sinds 2020 geldt (zie plattegrond onderaan). Borrels, activiteiten en evenementen in en om universiteitsgebouwen zijn dus tot 17.00 uur alcoholvrij. Incidenteel, bijvoorbeeld voor nieuwjaarsbijeenkomsten, mogen gebouwbeheerders uitzonderingen maken, vanaf 14.00 uur.

Ten overvloede meldt de beleidsnotitie dat het niet is toegestaan om op de campus vóór 17.00 uur onder invloed te zijn van alcohol of middelen. Middelengebruik is te allen tijde verboden. Onder middelen verstaat de TU ‘niet alleen die verdovende en stimulerende middelen die onder de Opiumwet verboden zijn, maar ook bijvoorbeeld lachgas en prestatieverhogende middelen zoals bijvoorbeeld Ritalin’ (met uitzondering van door de arts voorgeschreven middelen).

Sterkte drank in de ban
Sterke drank is niet meer toegestaan op de campus. Er gaat een maximum alcoholpromillage gelden van 15 procent. Dat is het geval bij borrels op de werkplek, bij activiteiten en evenementen en in de interne horeca, zoals de facultaire pubs. Voor sport- en cultuurcentrum X komen er mogelijk aparte afspraken over onder meer schenktijden in het weekend. Dat is nog onderwerp van gesprek tussen X en het college van bestuur.

Medewerkers en studenten mogen vanaf 1 januari geen (lege) alcoholverpakkingen meer hebben in bijvoorbeeld kantoren, pantry’s, laboratoria, werkplaatsen en technische ruimten. Alleen op secretariaten mag nog een kleine hoeveelheid alcoholhoudende drank (ook onder de 15 procent) als relatiegeschenk worden bewaard. Overigens stelt de notitie dat alcoholvrije en daarmee inclusievere relatiegeschenken de voorkeur hebben.

Naast het overkoepelende beleid kunnen gebouwbeheerders extra (veiligheids)richtlijnen voor evenementen vaststellen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de eis dat er voldoende bedrijfshulpverleners aanwezig zijn. Het advies is om het alcohol- en middelenbeleid ook aan te houden bij TU-evenementen op externe locaties. Voor studentenintroducties, vaak ook extern, zijn de regels strenger. Zij moeten de regels ook buiten de campus naleven ‘daar deze sterk met de TU en het onderwijs geassocieerd worden’.

Cultuurverandering
Het is voor het eerst dat TU beleid opstelt dat voor iedereen op de campus gaat gelden, maar het onderwerp alcohol- en middelengebruik is niet nieuw. Zo zijn er al langer afspraken met studie- en studentenverenigingen, heeft de introductieweek OWee regels en heeft bijvoorbeeld de faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica al jaren soortgelijk beleid. Ook is er voorlichting aan eerstejaars studenten en zijn er verslavingszorgspecialisten op de campus.

Toch moet de cultuurverandering deels nog plaatsvinden, benadrukt de notitie, en dat is ook nadrukkelijk de bedoeling. De TU wijst op allerhande onderzoek waaruit blijkt dat veel mensen een probleem hebben met alcohol of drugs, dat dat schade toebrengt aan gezondheid en welzijn en dat er allerlei nare neveneffecten zijn voor zowel de gebruikers zelf als voor mensen met wie ze in aanraking komen, zoals studievertraging en agressie.

Onderdeel van de nieuwe cultuur moet worden dat medewerkers en studenten elkaar aanspreken op overvloedig gebruik van alcohol en middelen. Wie dat lastig vindt, kan voor advies naar de leidinggevende of de afdeling human resources. Studenten kunnen terecht bij een studieadviseur of opleidingsdirecteur. Leidinggevenden worden geacht hun medewerkers die problemen hebben met alcohol of middelen te begeleiden en indien nodig door te verwijzen naar bijvoorbeeld de bedrijfsarts. Ook moet alcohol- en middelengebruik zowel bij de introductie van nieuwe studenten als van nieuwe medewerkers onderwerp zijn van gesprek.

Als dat allemaal niet genoeg is en zich ongewenste situaties voordoen, kunnen de campusbeveiligers in samenspraak met complexbeheerders en bedrijfshulpverleners handhaven. Als blijkt dat een incident inderdaad het gevolg is van (overmatig) alcohol- of middelengebruik dan zullen betrokken handhavers melding doen bij de leidinggevenden of decaan.

(Afbeelding: TU Delft)

Hoofdredacteur Saskia Bonger

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

s.m.bonger@tudelft.nl

Comments are closed.