Campus

Alcohol op professorsadvies

TU-colleges saai? Stan en Sander sluipen binnen en doen verslag. Onaangekondigd, onbevangen, ongefundeerd. Het is koud buiten. Half bevroren komen we aanfietsen bij Industrieel Ontwerpen. Een enkeling staat met een zuur gezicht voor de ingang en rookt een sigaret.

Binnen hebben de conciërges zich met een IO-verantwoord windscherm tegen de winterkou beschermd. Dan zien we Leonoor. Ze is laat voor haar college biomechanics.

Even later stommelen we het collegezaaltje binnen. Professor Snijder is al begonnen. We vinden een plekje tussen tafels vol tassen, jassen en IO-meisjes met mooie sjaals. Ze kijken geïnteresseerd naar dia’s van botten met pinnen erdoor. Het gruwelijkste leed wordt door de hoogleraar vakkundig gereduceerd tot een krachtenspel waaraan je kunt rekenen. Hij heeft er duidelijk zin in. Krijtje in de rechterhand, aanwijsstok in de linker. Al springend, buigend en voetballend wordt het mysterie van het menselijk skelet voor ons ontrafeld. “Look to the force in my knee!”

Geïnspireerd op de kerstvakantie heeft hij besloten vooral botbreuken te behandelen. Niet geheel onverwacht blijken met name Zwitsers en Oostenrijkers erg bedreven in het verzinnen van methoden om gebroken benen weer op te lappen. Vanuit de skihouding waarschuwt de goede man ons voor te veel stijfheid op de piste. Het schijnt dat enkele glazen alcohol het risico op breuken drastisch verminderen. Als een heer op respectabele leeftijd met een bungelend leesbrilletje om zijn nek dat zegt, dan moet dat wel waar zijn.

In het bijzonder is onze spreker begaan met het lot van oude vrouwtjes. Op botgebied moeten vooral zij veel ontgelden. Niet alleen hebben ze bijna allemaal voetproblemen en botontkalking, ook krimpen vrouwen op oudere leeftijd tot wel veertien centimeter. Enkele toehoordersbeginnen zenuwachtig aan truien en nagels te pulken. Astronauten zijn wat botontkalking betreft overigens net oude vrouwtjes. De rest van de mannen heeft volgens het getoonde grafiekje een stuk minder te vrezen. Toch komt Snijders met een tip: springen. Zelf bezoekt hij nog twee keer per week het fitnesscentrum. Terwijl we vol ontzag de hoogleraar voor ons zien springen, bekruipt ons het nare gevoel dat wij nu al behoorlijk wat sprongetjes tekort komen.

Dan volgt, in vertrouwd Engels, ’the klepscheets’. Een geniaal Delfts idee dat we nooit aan buitenlanders hadden moeten toevertrouwen. Middenin de euforie over Hollandse schaatsprestaties, knalt er plotseling een bevallige dame uit de beamer. Haar borsten zijn discreet bedekt met een blauw handdoekje. Ze blijken doorboord met radioactieve staven om kanker te bestrijden.

Als het halféén is, snelt iedereen naar voren om de presentielijst te tekenen. De heer Snijders biedt groothartig aan volgende week nog wat tentamenvragen te oefenen uit het zeventig euro kostende boek, waarvan alleen de hoofdstukken van zijn hand geleerd hoeven te worden. Enthousiast stemmen de IO’ers hiermee in. Wij niet. Wij gaan springen.

Stan en Sander

Het is koud buiten. Half bevroren komen we aanfietsen bij Industrieel Ontwerpen. Een enkeling staat met een zuur gezicht voor de ingang en rookt een sigaret. Binnen hebben de conciërges zich met een IO-verantwoord windscherm tegen de winterkou beschermd. Dan zien we Leonoor. Ze is laat voor haar college biomechanics.

Even later stommelen we het collegezaaltje binnen. Professor Snijder is al begonnen. We vinden een plekje tussen tafels vol tassen, jassen en IO-meisjes met mooie sjaals. Ze kijken geïnteresseerd naar dia’s van botten met pinnen erdoor. Het gruwelijkste leed wordt door de hoogleraar vakkundig gereduceerd tot een krachtenspel waaraan je kunt rekenen. Hij heeft er duidelijk zin in. Krijtje in de rechterhand, aanwijsstok in de linker. Al springend, buigend en voetballend wordt het mysterie van het menselijk skelet voor ons ontrafeld. “Look to the force in my knee!”

Geïnspireerd op de kerstvakantie heeft hij besloten vooral botbreuken te behandelen. Niet geheel onverwacht blijken met name Zwitsers en Oostenrijkers erg bedreven in het verzinnen van methoden om gebroken benen weer op te lappen. Vanuit de skihouding waarschuwt de goede man ons voor te veel stijfheid op de piste. Het schijnt dat enkele glazen alcohol het risico op breuken drastisch verminderen. Als een heer op respectabele leeftijd met een bungelend leesbrilletje om zijn nek dat zegt, dan moet dat wel waar zijn.

In het bijzonder is onze spreker begaan met het lot van oude vrouwtjes. Op botgebied moeten vooral zij veel ontgelden. Niet alleen hebben ze bijna allemaal voetproblemen en botontkalking, ook krimpen vrouwen op oudere leeftijd tot wel veertien centimeter. Enkele toehoordersbeginnen zenuwachtig aan truien en nagels te pulken. Astronauten zijn wat botontkalking betreft overigens net oude vrouwtjes. De rest van de mannen heeft volgens het getoonde grafiekje een stuk minder te vrezen. Toch komt Snijders met een tip: springen. Zelf bezoekt hij nog twee keer per week het fitnesscentrum. Terwijl we vol ontzag de hoogleraar voor ons zien springen, bekruipt ons het nare gevoel dat wij nu al behoorlijk wat sprongetjes tekort komen.

Dan volgt, in vertrouwd Engels, ’the klepscheets’. Een geniaal Delfts idee dat we nooit aan buitenlanders hadden moeten toevertrouwen. Middenin de euforie over Hollandse schaatsprestaties, knalt er plotseling een bevallige dame uit de beamer. Haar borsten zijn discreet bedekt met een blauw handdoekje. Ze blijken doorboord met radioactieve staven om kanker te bestrijden.

Als het halféén is, snelt iedereen naar voren om de presentielijst te tekenen. De heer Snijders biedt groothartig aan volgende week nog wat tentamenvragen te oefenen uit het zeventig euro kostende boek, waarvan alleen de hoofdstukken van zijn hand geleerd hoeven te worden. Enthousiast stemmen de IO’ers hiermee in. Wij niet. Wij gaan springen.

Stan en Sander

Redacteur Redactie

Heb je een vraag of opmerking over dit artikel?

delta@tudelft.nl

Comments are closed.