Een WRR-rapport over artificiële intelligentie trok onlangs veel media-aandacht. Wat zegt dat, en wat kan de TU ermee? Delta vroeg het pro vice rector AI Geert-Jan Houben.
Legendarisch AI-voorbeeld uit 2011: IBM's supercomputer Watson wint de Amerikaanse tv-quiz Jeopardy, waarvoor de machine ironie en raadsels moest leren doorgronden. (Foto: Still van YouTube).

Een WRR-rapport over artificiële intelligentie trok onlangs veel media-aandacht. Wat zegt dat, en wat kan de TU ermee? Delta vroeg het pro vice rector AI Geert-Jan Houben.

Read in English

“Als Nederland zich niet goed voorbereidt op deze fundamentele verandering, is er niet alleen het risico dat kansen worden gemist, maar ook dat de samenleving opgescheept wordt met een technologie die onze belangen niet dient.” Aldus het medio november verschenen rapport over artificiële intelligentie (AI) in de samenleving, opgesteld door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), een adviesorgaan voor regering en parlement.

Kort samengevat stelt de WRR dit: AI is een blijvertje, en zowel samenleving als politiek moeten snel leren er goed mee om te gaan om de maatschappelijke potentie maximaal tot bloei te laten komen en risico’s op hardvochtige, ‘computer says no’-achtige toepassingen (denk: toeslagenaffaire) te minimaliseren. AI is een zogenoemde systeemtechnologie, een technologie met een langdurige en grootschalige invloed op economie en samenleving, en met op dit moment nog niet te voorziene effecten - net als elektriciteit of de verbrandingsmotor dat destijds waren.

Delta belde erover met Geert-Jan Houben, TU Delft’s pro vice rector magnificus artificiële intelligence, data en digitalisatie.

Voor een WRR-publicatie kreeg dit rapport uitzonderlijk veel media-aandacht. Wat zegt dat over de denkbeelden over artificiële intelligentie?
“Het rapport, en de media-aandacht ervoor, dragen bij aan het volwassen worden van de maatschappelijke discussie over AI. De historische vergelijking met de opkomst van elektriciteit onderstreept dat AI de komende decennia impact heeft op de héle maatschappij en de verhoudingen in de héle wereld. De maatschappelijke discussie over AI moet zich dus niet toespitsen tot een paar specifieke implementaties op de korte termijn, of tot de nationale context. We moeten in de volle breedte bespreken hoe we als maatschappij op een goede manier met AI omgaan. Dit WRR-rapport draagt daar zeker aan bij.”

“We wéten dat dat er zowel positieve als negatieve effecten te verwachten zijn”

Wat viel jou het meest op aan de inhoud van het rapport?
“De WRR zet helder uiteen dat het geen optie is om de ontwikkeling van zo’n systeemtechnologie te negeren. Ook al is van tevoren niet te voorzien wat precies de gevolgen voor langere termijn zullen zijn, we wéten dat zo’n introductie met vallen en opstaan plaatsvindt, dat er zowel positieve als negatieve effecten te verwachten zijn. Daarom moeten we aandacht besteden aan het minimaliseren van de negatieve effecten, zonder in te boeten op de nieuwe mogelijkheden die het biedt, bijvoorbeeld op het gebied van versnelling van de energietransitie.”

Wat betekent dit rapport voor de TU?
“Voor mij bevestigt het dat we de juiste aanpak hebben gekozen door AI te incorporeren in zowel onderwijs, onderzoek als innovatie. Ook onderschrijft het ons sterke geloof in het combineren van fundamenteel en toegepast onderzoek. Op dit moment houden zo’n zevenhonderd Delftse wetenschappers zich bezig met de fundamentele technologiekant, ‘in AI’. Een ongeveer even grote, maar snel groeiende groep academici houdt zich bezig met toepassingen ervan voor de verschillende vakgebieden, ‘met AI’. Dat we sterk geloven in die wisselwerking daartussen, spreekt bijvoorbeeld uit het TU Delft AI Initiative, een katalysator voor onderzoek, onderwijs en samenwerkingsverbanden in en met AI, data en digitalisatie. De nog niet zo lang geleden opgerichte TU Delft AI Labs onderstrepen dat ook. Die fungeren als een soort snelkookpan voor nauwe samenwerking tussen fundamentele en toegepaste AI-onderzoekers, mede om snel meer maatschappelijke impact te kunnen maken met AI.”

De WRR noemt vijf opgaven rond AI: demystificatie, contextualisering, engagement, regulering en positionering. Herken je die, en zie je ook een rol weggelegd voor de TU?
“Het is heel nuttig dat het rapport deze opgaven benoemt en zo handzaam maakt wat de overheid te doen staat. Voor ons als TU is het evident dat we een belangrijke rol hebben bij de opgaven om de uiteindelijke effecten in de maatschappij mee te nemen in de ontwikkeling van nieuwe innovaties, en ik vind dat we die nu al goed vervullen. Demystificatie pakken we bijvoorbeeld nadrukkelijk op in het onderwijs, waar studenten bij diverse programma’s een realistisch beeld krijgen van de ontwikkeling van AI en verantwoorde toepassingen ervan. Contextualisering vullen we in door nadrukkelijk naar AI te kijken in samenhang met de toepassingen: AI in de context van energie bijvoorbeeld, of veiligheid of gezondheid. Daarnaast heeft de TU een aantal groepen van wetenschappers die zich bezighouden met cruciale vraagstukken zoals AI & ethiek, AI & waarden, menselijke beheersing van AI of mensgerichte AI. Daarmee dragen we als TU al bij aan het vinden van antwoorden op wezenlijke vragen over ‘de elektriciteit van de 21ste eeuw’, zoals de WRR artificiële intelligentie omschrijft.”