Sinds het nieuwe leenstelsel zijn de studieschulden flink gestegen, zowel onder hbo- als wo-studenten. Een aanzienlijk deel van hen heeft meer dan veertigduizend euro schuld.
(Illustratie: Freepik / Iconicbestiary. Bewerking: Marjolein van der Veldt)

Sinds het nieuwe leenstelsel zijn de studieschulden flink gestegen, zowel onder hbo- als wo-studenten. Een aanzienlijk deel van hen heeft meer dan veertigduizend euro schuld.

Dat blijkt uit de nieuwe Monitor Beleidsmaatregelen, een jaarlijks rapport over de effecten van het hogeronderwijsbeleid, dat demissionair minister Van Engelshoven dinsdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

In 2015 is de basisbeurs afgeschaft. Die omstreden maatregel is een van de aanleidingen om voortaan deze monitor te maken. De lichting van 2015 bouwt aanzienlijke hogere schulden op dan voorheen.

Eén op vier
Een op de vier universitaire studenten van die lichting heeft meer dan 40 duizend euro schuld. Hetzelfde geldt voor één op de negen hbo-studenten. In eerdere jaren was dat beduidend minder (rond de 16 procent in het wo en 7 procent in het hbo)

Er zijn ook studenten zonder schulden. Onder academische studenten is die groep even groot gebleven (ongeveer een op vijf), maar in het hbo is dat anders. Voorheen wilde 40 procent niet lenen, maar in de lichting van 2015 is die groep gekrompen tot 30 procent.

In een reactie noemt het Interstedelijk Studenten Overleg het leenstelsel oneerlijk. “Ouders met een kleinere portefeuille kunnen aanzienlijk minder bijdragen aan de studiekosten van hun kinderen”, staat in een persbericht. “Zij maken daardoor hogere schulden.”

Conform verwachtingen
Volgens de minister zijn de schulden “conform de verwachtingen bij invoering van het studievoorschot”, zoals het nieuwe leenstelsel officieel heet. De behoedzame voorspelling was destijds dat de gemiddelde studieschuld zou stijgen naar 21 duizend euro, en dat is 17.500 euro geworden (of 24 duizend euro, als je de niet-leners buiten beschouwing laat).

Bovendien daalt het percentage studenten met een lening, schrijft de minister, vooral onder eerstejaars. “Eén van de verklaringen kan zijn dat studenten bewuster omgaan met de leenmogelijkheden.”

In de politiek hebben zo ongeveer alle partijen zich van het leenstelsel afgekeerd, behalve de VVD. Het is alleen de vraag wat ervoor in de plaats moet komen. Sommige partijen willen weer een basisbeurs, andere denken aan een tegemoetkoming via de belastingen.

Geen gebruik
Overigens maakt niet iedereen gebruik van de studiefinanciering, om welke reden dan ook. Van de hbo-studenten met recht op studiefinanciering laat 3,8 procent hem liggen, net als 4,5 procent in het wo. Dat is iets meer dan vóór het afschaffen van de basisbeurs.

Opvallend genoeg ervoeren studenten in studiejaar 2019-2020, waarin de coronacrisis uitbrak, minder vaak financiële problemen dan het jaar ervoor (15 tegen 17 procent). Wie leent en geen bijbaan heeft, ervaart vaker financiële problemen – zeker als de ouders laag- of middelbaar opgeleid zijn.

HOP, Bas Belleman
Illustratie: Iconbestiary - www.freepik.com