Het besluit van de universiteitsraad tot het instellen van een nieuwe uniforme jaarindeling kwam voor mij als een donderslag bij heldere hemel. Er waren wel eens wat geruchten in Delta gepubliceerd, maar daar was het bij gebleven.
Nu blijkt dat alle faculteiten uiterlijk per 1 september 1999 het studiejaar dienen te verdelen in vijf moten van acht weken, waarbij elke moot bestaat uit zes weken onderwijs, een week voorbereiding en een week tentamens (los hiervan staat de herkansingsperiode in augustus).
Niet alle bij het onderwijs betrokkenen zijn erg gelukkig met deze nieuwe indeling. Zo zullen de faculteiten TN en TWI (om er maar eens twee te noemen die zich steeds trouw hebben gehouden aan de tot nu toe geldende verplichte indeling in vier dimesters) hun rooster zeer tegen hun zin moeten veranderen, terwijl een faculteit als IO, die op het ogenblik het studiejaar in zes (!) moten verdeelt, terug moet naar vijf.
(Even een vraag tussendoor: Als niet alle faculteiten zich houden aan de tot nu toe geldende indeling, waarop is dan de verwachting gebaseerd dat ze zich wel zullen houden aan de nieuwe?)
Jammer dat men niet eerst te rade is gegaan bij diegenen die uit hoofde van hun beroep de voor- en nadelen beter kunnen beoordelen dan de meeste anderen. Ik doel daarbij niet alleen op docenten, maar ook op mensen die direct betrokken zijn bij roosters en zalenbeheer.
Zo is naar mijn idee een niet onbelangrijk detail blijkbaar ontsnapt aan de aandacht van college van bestuur en raadsleden: terwijl het huidige systeem acht tentamenweken kent (plus twee in de zomer), kent het nieuwe er slechts vijf. Vraag maar aan de studenten- of onderwijsadministraties en aan de zalenbeheerders wat dit voor consequenties heeft!
Het besluit van de u-raad laat de faculteiten vrij de nieuwe jaarindeling eerder in te voeren dan per september 1999. Ik moet er niet aan denken wat voor chaos er ontstaat (voor zalenbeheerders èn docenten) als sommige faculteiten er inderdaad toe overgaan de nieuwe indeling eerder in te voeren dan andere faculteiten. Niet doen, alstublieft!
Rowdy Blokland
Smeets
Journalisten mopperen vaak op voorlichters. Er zijn er te veel, ze sturen voor elke scheet een persbericht en ze belemmeren contact met degenen die je graag zou interviewen. Op borrels hoor ik wel eens verhalen van hoeveel beter het in ...
Francine Houben liet zich voor ‘Dutch Mountains’ uitgebreid interviewen door de bevriende journalist Jan Tromp. In hun gesprekken houden ze zich verre van alles wat zweemt naar jargon of opzichtig vertoon van eruditie. Dit boek trekt ...
Van der Duin
Geloof het of niet, maar in mijn vorige werkkring werd ik bij presentaties vaak aangekondigd als goeroe. En daar werd ik nogal zenuwachtig van. Niet omdat ik bang was de hooggespannen verwachtingen niet te kunnen waarmaken, maar omdat ...