Wat duurzaam is, hoeft niet Spartaans te zijn. Zes studenten industrieel ontwerpen ontwikkelden een nieuwe elektrische scooter die zo comfortabel en stil moest zijn als een vliegend tapijt.
Floris is 33. Hij geniet van het leven, geeft zijn geld liever uit aan mooie ervaringen dan aan bezit. Hij rijdt graag op zijn scooter in de zon. Maar dan wel een beetje een stille, want hij wil het meisje achterop wel kunnen verstaan.
Zes studenten industrieel ontwerpen bedachten Floris als een van de virtuele potentiële kopers van hun nieuwe eco-scooter. Voor hem ontwikkelden ze een elektrische scooter waarmee hij met een zacht fluitend geluid – ‘alsof je over een fles blaast’ – door de stad kan rijden.
De studenten ontwikkelden de scooter voor het bedrijf Ecomover. “Zij importeren nu elektrische scooters die in China in elkaar gebeunhaasd zijn”, vertelt IO-er Bram van der Grinten. “Waar bij een benzinebrommer de knalpijp zit, hebben ze een plastic plaatje gezet. Wij hebben echt een nieuw concept bedacht.”
Ze begonnen helemaal bij nul. “We hebben bedacht wat de lekkerste reiservaring zou zijn”, zegt Van der Grinten. De groep kwam uit bij een vliegend tapijt. “Je hebt vrijheid, staat niet in de file, hij kan de bestemming als het ware uit je hoofd lezen en het is niet afschrikwekkend modern.” Met die ideeën begonnen de studenten aan hun eco-scooter.
De Root – Nederlands uitgesproken – heeft een harde witte buitenkant. De binnenkant is zacht en rood. “Een veilig coconnetje”, omschrijft Van der Grinten. En comfortabel. “Duurzaamheid mag niet gepaard gaan met minder luxe”, vindt Van der Grinten. “Ik ben gegrepen door duurzaamheid, maar het slaat alleen aan als we niet hoeven inboeten op onze levensstandaard.” Bovendien moest hij herkenbaar zijn als scooter. “We wilden niet gewoon een scooter ombouwen met een elektromotor erin, maar echt een nieuw product maken” vertelt Van der Grinten. “Maar je moet toch dicht bij de belevingswereld van de potentiële kopers blijven. Anders accepteren mensen het niet. Ik denk dat we daar goed tussenin zijn gebleven.”
“De scooter is bijna helemaal cradle-to-cradle”, zegt Van der Grinten. “Alle materialen blijven eigendom van de fabriek.” Daar kunnen ze de materialen hergebruiken om nieuwe scooters te maken. Floris kan de scooter daarom alleen leasen en betaalt per maand een soort statiegeld voor zijn vervoermiddel.
Voor zijn maandbedrag zit hij lekker, op een scooter met Nederlandse maten. “We wilden echt een product voor Nederlanders maken, dus de scooter is een beetje groter dan de Italiaanse scooters.” Of hij echt goed zit, hebben de studenten getest door een model van hout te bouwen. “De eerste zat niet goed, maar die hebben we aangepast tot hij wel lekker zat.”
Met een ander model testten de ontwerpers ook de aandrijving en de rem van de scooter. Die werken niet als de meeste andere scooters met een draaiend handvat aan het stuur. De bestuurder kan versnellen door zijn gewicht naar voren te verplaatsen en tegen het stuur te duwen. Om te remmen trekt hij aan het stuur. “We dachten dat dat wel even wennen zou zijn, maar intuïtief reed iedereen er heel makkelijk op.”
Ook prettig voor de intuïtie moet het kantelsysteem van de scooter zijn. “Op een normale scooter kantel je naar achter als je versnelt en naar voren als je remt”, legt Van der Grinten uit. “En dat is tegenovergesteld wanneer je loopt. Je moet dus corrigeren.” Met een ingenieus systeem van stangen kiept de nieuwe scooter ietsje naar voren als de bestuurder versnelt.
De hippe vogels met hun Vespa’s zullen nog wel eens jaloers naar Floris kijken. Als zij met veel moeite en krassen op hun mooie schoenen hun scooter op de standaard hijsen, drukt Floris op een knopje. De scooter zakt dan rustig door zijn assen, terwijl de steuntjes aan beide kanten uitklappen. Van der Grinten: “Als je uitgereden bent, gaat de scooter eigenlijk zitten.”
Een wolkenkrabber van gestapelde toiletten of een chaotische sloppenwijk die alleen maar uit kleinste kamertjes bestaat. Die opzienbarende werken maakt kunstenaar Jeroen van Bergen.
Meer podia, meer evenementen en met zesduizend kaarten toegang voor iedereen: het Zomerfestival van de TU is dit jaar groter dan ooit.
We zijn allemaal dier- en milieuvriendelijk en vergeten nooit een verjaardag. Eh, dankzij deze apps dan.
Naam: Sonja Heijink-Lispet (38)
Functie: Onderwijsroosteraar bij de faculteit TBM
Familierelatie: Volle nicht van Sjaak en Jos Lispet; Tonnie Lispet is een aangetrouwde tante.
“Ik kwam in 1992 bij de TU via mijn man, toen nog ...
We moeten groen, duurzaam, ecologisch – maar de eerste de beste zonnecel die je op je dak plaatst, gaat binnen zes jaar stuk. Gelukkig helpen vier TU-studenten het milieu een handje met hun bachelor-eindproject bij 3mE.
Wie anno ...