Nieuwe technologie maakt ons juist verstandiger

Social media, apps en gadgets maken ons steeds slimmer, stelt journalist Clive Thompson. Zijn boek ‘We worden steeds slimmer’ biedt een verfrissende kijk op het gebruik van nieuwe technologie.

Docenten van een school in Nieuw-Zeeland bedachten een nieuwe opdracht voor hun leerlingen. Hun teksten hoefden ze niet bij de leraren in te leveren, maar moesten ze als blog publiceren op internet. 'Wie dat wilde kon de blogpost becommentariëren', schrijft Thompson.

Er kwamen reacties van over de hele wereld. Op een boekbespreking van een van de leerlingen reageerde zelfs de auteur van het boek.

Leerlingen gingen daardoor beter op hun spelling en woordkeuze letten en leverden veel betere stukjes af dan normaal.

Ook op een Canadese school leidde een soortgelijk initiatief tot veel betere schoolprestaties. Dat komt door de zogeheten publieks-factor. Scholieren doen beter hun best als ze een publiek hebben.

Het is een van de vele voorbeelden van hoe nieuwe technologie ons slimmer maakt. Thompson gaat met die boodschap recht in tegen doemdenkers, die zeuren dat nieuwe technologie ons juist dommer maakt.

Neem de Amerikaanse journalist Nicholas Carr. In zijn bestseller 'Het Ondiepe' waarschuwt hij dat het gebruik van internet en mobiele telefoons ons brein negatief verandert. Het is een onheilspellende, maar weinig overtuigende boodschap. Uiteraard verandert ons brein, dat doet het voortdurend. Ook het lezen van deze tekst past jouw hersenen aan. Maar wetenschappers zijn er nog lang niet uit op wat voor manier het brein verandert en of dit negatief of positief is.

Thompson richt zich vooral op hoe je gadgets, apps en social media slim gebruikt. Hij is journalist en schrijft onder meer voor Wired. Het boek staat vol met goede voorbeelden. Nieuwe technologie zorgt er bijvoorbeeld voor dat jongeren beter gaan schrijven en dat sommige mensen zich beter uiten in video's dan in het geschreven woord.

Het grote nadeel van apps, gadgets en sociale media benoemt Thompson ook: afleiding. Hij haalt een onderzoek aan van hoogleraar informatica Gloria Mark. Ze observeerde drie uur lang kantoormedewerkers. En ontdekte dat ze niet langer dan elf minuten geconcentreerd een taak uitvoerden voor ze werden afgeleid. Het duurde daarna maar liefst 25 minuten voordat ze de oude taak weer oppakten.

Ook tijdens het schrijven van dit stukje werd ik afgeleid: een keer ging de telefoon en twee app'jes stoorden me. We moeten, kortom, beter leren omgaan met de mobiele telefoon. Het gebruik ervan bepaalt of we er wat goeds mee doen of niet. Opmerkelijk genoeg helpen apps daarbij weer, zodat je niet wordt afgeleid door andere apps. Zoals Freedom waarmee je internet voor een door jouzelf bepaalde tijd uit kan schakelen.

Clive Thompson, 'We worden steeds slimmer', Maven, 383 pagina's, 20 euro.