Ik ben aan het afstuderen en dan heb je het druk. Heel druk en als je niet druk bent, denk je dat je druk zou moeten zijn, want als de druk niet hard genoeg drukt, ga je je daar weer druk over maken, wat de druk alleen maar drukker doet drukken en dus kun je maar beter zorgen dat je het druk hebt. Vandaag had ik het per ongeluk even niet zo druk. Ik zat op de bank en mijmerde wat. In een flits realiseerde ik me dat een onontkoombaar gevolg van afstuderen is, dat je afstudeert. Straks ben ik ‘af’ en mag ik niet meer meedoen. Alleen, buiten in de grote boze wereld. Naakt, natuurlijk, dat zal je net zien. Wat met de kleuterklas begon als een verstandige keuze voor later, is ongemerkt een doel op zich geworden. Studeren. Maar dat doel is bijna bereikt en later is nu. Niets staat mij meer in de weg om te worden wat ik wilde worden. En dat moet ik nu gaan waarmaken, die belofte. Het klamme angstzweet begon als een kolkende massa van mijn lijf te gutsen en mijn afstudeerproject leek ineens een futiel hobbeltje.
In het NRC weekblad las ik een artikel: twintig beloftes, dertig jaar later. Daarin werd teruggeblikt op een artikel van dertig jaar geleden, waarin jonge (net afgestudeerde) veel belovende Nederlanders vertelden wat ze in de toekomst allemaal gingen bereiken. Die mensen hadden ze weer eens opgesnord en niemand had bereikt wat 'ie had beloofd! Aanstormende actrices volgen nu yogaopleidingen, geniaal wiskundig ingenieurs maken dvd-kunst in Zuid-Frankrijk en heldhaftige politiecommissarissen zijn directeur van Nordholt Consultancy Management BV. En toch zijn de meesten heel tevreden: oud en wijs. Conclusie: het leven laat zich niet zomaar beloven. Een pak van mijn hart. Eigenlijk hou ik ook meer van oud, zoals een gerijpte kaas of fles wijn. Opgelucht belde ik mijn ouders. “Pap! Ik weet totaal niet wat er van mij moet worden, maar dat geeft niet: in het verleden behaalde resultaten bieden geen enkele garantie voor de toekomst!” Korte stilte. “Wat je moet worden? Je kunt er beter vanuit gaan dat je al iets bent. En je dan concentreren op de vraag: Wat ga ik de komende tijd doen?” Juist ja. Een wijs en gerijpt antwoord. Langzaam steeds iets beter worden, terwijl ik onderweg blijf leren. Dan verandert er eigenlijk niets! Mijn hartslag begon weer toe te nemen en het vertrouwde drukkende gevoel maakte zich van mij meester. Wat was ik ook al weer aan het doen? Oja. Afstuderen.
Smeets
Journalisten mopperen vaak op voorlichters. Er zijn er te veel, ze sturen voor elke scheet een persbericht en ze belemmeren contact met degenen die je graag zou interviewen. Op borrels hoor ik wel eens verhalen van hoeveel beter het in ...
Francine Houben liet zich voor ‘Dutch Mountains’ uitgebreid interviewen door de bevriende journalist Jan Tromp. In hun gesprekken houden ze zich verre van alles wat zweemt naar jargon of opzichtig vertoon van eruditie. Dit boek trekt ...
Van der Duin
Geloof het of niet, maar in mijn vorige werkkring werd ik bij presentaties vaak aangekondigd als goeroe. En daar werd ik nogal zenuwachtig van. Niet omdat ik bang was de hooggespannen verwachtingen niet te kunnen waarmaken, maar omdat ...