Ik denk dat iedereen die het nieuwe gebouw van Bouwkunde binnenloopt wel een gevoel van jaloezie bekruipt. Van buiten komen de gekleurde raamkozijntjes misschien niet heel overtuigend over, maar van binnen ziet het gebouw er – naar mijn mening – schitterend uit. Er is veel aandacht besteed aan kleuren en materialen om de nieuwe studenten en medewerkers zich thuis te laten voelen in het oude wiskundegebouw. Ook is er een prachtige werkplaats opgetrokken en er is zelfs een oranje arena gebouwd in een half glazen ruimte. Aan echt alles is aandacht besteed: ik zie nergens een ordinair bureau staan, maar alleen houten tafels met daarachter leren bureaustoelen met rugleuningen die tot boven je hoofd reiken. Zelfs de toiletten zijn volledig in stijl. Het enige minpuntje dat ik kon ontdekken is dat de vrouwelijke helft van de bevolking – want bij bouwkunde wordt die helft enigszins benaderd – het belangrijke waterflesje niet goed kan vullen onder de designkraantjes.
Natuurlijk is het verhaal achter de verhuizing niet alleen gelukkig. Een allesverwoestende brand en daarna een paar maanden in tenten bivakkeren is niet leuk. Voor werknemers is er in het nieuwe gebouw niet voldoende ruimte, zodat zij alleen flexplekken hebben. Verder klagen studenten dat de designstoelen er misschien leuk uitzien, maar dat ze verschrikkelijk zitten.
Toch zou ik maar wat blij zijn met een gebouw dat er zo bij ligt. Want dit alles staat in scherp contrast met het gangenstelsel waar ik al zes jaar dagelijks rondloop. DelftChemTech bestaat voor bijna de helft uit kelders, waar studenten een groot gedeelte van hun tijd doorbrengen. Bruine tegeltjes geven de toiletten niet direct de luxe en frisse uitstraling die je zoekt. En de pogingen om het gebouw op te knappen met wat felle verfkleurtjes zetten weinig zoden aan de dijk. Maar gelukkig zijn er plannen voor nieuwbouw. De universiteit is er al jaren bezig, maar over een aantal jaar moet het er toch echt komen. En als het er dan net zo uitziet als Bouwkunde, ben ik dik tevreden en blij voor de nieuwe generatie. Misschien krijgen wij zelfs ook wel kunst. Of is dat niet besteed aan een scheikundestudent? Ik zou persoonlijk minstens zo tevreden zijn met een mooie inbouwdestillatiekolom.
Smeets
Journalisten mopperen vaak op voorlichters. Er zijn er te veel, ze sturen voor elke scheet een persbericht en ze belemmeren contact met degenen die je graag zou interviewen. Op borrels hoor ik wel eens verhalen van hoeveel beter het in ...
Francine Houben liet zich voor ‘Dutch Mountains’ uitgebreid interviewen door de bevriende journalist Jan Tromp. In hun gesprekken houden ze zich verre van alles wat zweemt naar jargon of opzichtig vertoon van eruditie. Dit boek trekt ...
Van der Duin
Geloof het of niet, maar in mijn vorige werkkring werd ik bij presentaties vaak aangekondigd als goeroe. En daar werd ik nogal zenuwachtig van. Niet omdat ik bang was de hooggespannen verwachtingen niet te kunnen waarmaken, maar omdat ...