​'Ik ben een kind van de Top Gun generatie'

Als pas afgestudeerd ingenieur werkte hij mee aan het grootste vliegtuig ter wereld en nu is hij baas van een bedrijf met een omzet van meer dan anderhalf miljard dollar. Bart Reijnen werd vrijdag 9 juni alumnus van het jaar van de TU Delft.

Bart Reijnen: "In de lucht- en ruimtevaart moet de veiligheid voorop staan. Dat geldt ook voor drones." (Foto: Sam Rentmeester)
Bart Reijnen: "In de lucht- en ruimtevaart moet de veiligheid voorop staan. Dat geldt ook voor drones." (Foto: Sam Rentmeester)

Wat dacht u toen u hoorde dat u alumnus van het jaar bent?
"Waarom ik? Hoe zijn ze bij mij uitgekomen? Te meer omdat ik sinds een half jaar in Kopenhagen woon en werk. Ik ben blijkbaar een voorbeeld van hoe een carrière in de lucht- en ruimtevaart eruit kan zien."

Waarom koos u voor luchtvaart- en ruimtevaarttechniek?

"Ik ben een kind van de Top Gun-generatie. Voordat die film uitkwam, wilde ik al straaljagerpiloot worden maar ik ben daar voor afgekeurd. Onder meer vanwege de verhouding tussen mijn boven- en onderlichaam. Bij het gebruik van de schietstoel van een F16 zouden mijn benen achter het dashboard blijven hangen. Dat is niet ideaal... En wat dan? Simpel: iets met vliegtuigen, maar niet in het onderhoud. Dan ga je of naar de Koninklijke Militaire Academie of luchtvaart- en ruimtevaarttechniek studeren. Het feit dat die studie gezien werd als een moeilijke, was voor mij eerder een aansporing dan een afschrikking."

Waar bent u op afgestudeerd?
"Op een simulator voor het trainen van verkeersleiders. Het was in 1995 een gezamenlijk afstuderen in München van vier studenten, twee van de TU Delft en twee van de TU München. Ontzettend leerzaam. Voor de faculteit was het spannend, omdat zij weinig ervaring had met afstuderen bij een bedrijf. Tijden veranderen, maar toen keek men daar nog een beetje negatief naar. Bovendien: hoe beoordeel je die individuele bijdragen? Ik denk dat het baanbrekend is geweest voor de relatie tussen de TU en een bedrijf als Airbus. Het was het begin van een golf van studenten die in de industrie in het buitenland mocht afstuderen of stage lopen."

En daarna begon u uw carrière maar meteen bij het grootste passagiersvliegtuig ooit?
"Er zat nog een jaartje tussen waarin ik een programma voor jonge managers volgde bij DASA (Duitse luchtvaartorganisatie-red.) Dat stuurde mij daarna naar Toulouse om mee te werken aan dat grootste en nieuwste vliegtuig ter wereld. Dat was een spannende tijd, want alle kranten stonden vol van de A3XX, zoals het toen nog heette. Een prachtig project en erg motiverend, want heel Europa en zelfs daarbuiten was daar mee bezig. Daaraan te mogen ontwikkelen was fantastisch."

Welke ontwikkelingen ziet u nu in de luchtvaart?
"Afgezien van dat het allemaal schoner, duurzamer en geluidsarmer moet, staat de vraag van het autonoom vliegen voor de deur. Unmanned aerial vehicles zijn er al. De vraag is: zal het er straks van komen dat we vliegen zonder piloten? We gaan ook vliegende auto's zien. Veel van de technologieën die we nu hebben of krijgen, zullen dat soort aanpassingen mogelijk maken. Je ziet een sterkere synergie tussen technologieën uit de lucht- en ruimtevaart en die van de automatisering en elektronica. In het verleden werd vaak gezegd dat innovatie per definitie uit de lucht- en ruimtevaart komt. Je krijgt nu niet alleen spin-off vanuit de l&r in andere sectoren, maar juist ook een spin-in andersom. Ik denk dat dat veel meer gaat gebeuren."

Wat brengt dat voor uitdagingen met zich mee voor de faculteit?
"De uitdaging om daarbij voorop te lopen. Dat kan in robotica zijn bijvoorbeeld. De TU heeft daar al goede initiatieven in ontplooid. Dat betekent dat je een leerstoel over verschillende faculteiten gaat bezetten. Een leerstoel die breder is, zodat je die wisselwerking tussen bijvoorbeeld robotica en l&r kunt versterken."

Zou u zelf hoogleraar willen worden?
"Ooit dacht ik er over of ik na mijn studie leraar in het voortgezet onderwijs wilde worden. Mijn vader was docent wiskunde. Op zich vind ik het leuk om met studenten bezig te zijn. Zeker nu in mijn carrière. Als je midden veertig bent, kom je in een fase dat je denkt: ik heb veel kansen gehad, wat kan ik terug doen voor een volgende generatie? Dat probeer ik te stimuleren binnen de bedrijven waaraan ik leiding heb gegeven. We hebben een mentorship waarbij we jonge mensen aan de hand nemen en ze tips en trucs geven voor hun carrière. Ik zag recent dat de TU ook een initiatief heeft om alumni te koppelen aan studenten. Dat is een goede manier voor contact en coaching."

Wat hebben alumni eraan om mentor te zijn?
"Alumni blijven gekoppeld aan het denkpatroon, de interesses en de verwachtingen van jonge mensen: de generatie Z. Het is belangrijk om die te blijven begrijpen. Ik heb me altijd jong gevoeld en nog steeds, maar ik ben niet eens een millennial. Er gaat een kloof ontstaan als je niet bezig blijft met wat jonge mensen beweegt. Ik kan iedereen aansporen om binnen het eigen bedrijf die verbinding van generaties te stimuleren. Veel alumni doen dat al met een studievereniging of met de TU. Ik denk dat dat voor beide zijden verrijkend is. Dat is in ieder geval mijn ervaring."

Wat is uw indruk van de hedendaagse Delftse ingenieur?
"Wat nog steeds het verschil is in Delft is dat er veel focus ligt op samenwerking en teamwork. Dus niet jij als individu, maar ook jij als teamlid. Natuurlijk praten wij goed en verstaanbaar Engels zonder al te groot accent, maar wat ik zelf heel belangrijk vind is een waarde die steeds meer in leiderschap wordt gevergd: de speak up culture."

Wat bedoelt u daarmee?
"Dat een Delftse student zijn mening durft te uiten en kan onderbouwen met respect. Die student schroomt ook niet om een paar hiërarchische niveaus te doorbreken. Ik denk dat komt doordat je je mannetje moet kunnen staan op een studentenvereniging en in de faculteit en het Delftse sociale leven. Dat is uiteindelijk wat later in het bedrijfsleven ook belangrijk is. Als je dat vroeg leert, kun je daar later op bouwen."

Dat is ook wat u geleerd hebt in Delft?
"Als u die vraag aan mijn moeder zou stellen, zou ze onmiddellijk knikken en zeggen: absoluut! Zij zegt altijd dat er 'iets in Delft is gebeurd', waardoor ik van een relatief verlegen plattelandsjongetje uit Limburg iemand ben geworden die voor zijn mening durft uit te komen die niet schroomt om voor grote groepen mensen te praten. Daar heb ik de gelegenheid toe gehad met de studievereniging. Ik zeg niet dat dit het recept is voor iedereen, maar mij heeft dat goed gedaan."

Wat zijn volgens u de belangrijkste ontwikkelingen in de ruimtevaart?
"Ik denk dat we in een fascinerend tijdperk zitten. Sinds de eerste man op de maan is er een select gezelschap dat zich astronaut mag noemen. In de komende jaren komt er een gigantische stap waarmee de bereikbaarheid voor mensen om de ruimte in te gaan significant zal vergroten. Er zijn veel initiatieven met raketten en capsules. Commercieel en institutioneel. Het zijn niet alleen meer NASA of ESA of de Russen of de Chinezen. Er zijn vele commerciële initiatieven die de drempel gigantisch verlagen om de ruimte in te komen."

Vindt u dat een goed idee?
"Absoluut, dat is in principe hetzelfde idee waardoor destijds de luchtvaart een vaart heeft genomen. Die stap is voor ruimtevaart nu absoluut mogelijk. En waarom zou je dat dan niet doen?"

Vanwege duurzaamheid bijvoorbeeld?
"Ik ben absoluut voor de vooruitgang. Als we daar niet voor zouden zijn, hadden we nu met lucht- en ruimtevaart nooit gestaan waar we nu staan, maar ik vind wel dat je die discussie mag toelaten. Je moet die discussie niet uit de weg gaan, zeker met het milieuvraagstuk."

Iedereen kan een drone kopen. Moeten we daar blij mee zijn?
"Ik ben er in eerste instantie erg blij mee. Fantastisch wat je tegenwoordig met die technologieën kan, maar het mag niet tot chaos leiden. Er moet controle zijn. Je moet niet alles willen reguleren, maar ik denk dat zeker in de lucht- en ruimtevaart de veiligheid voorop moet staan. Dat geldt ook voor drones."

Mensen naar Mars sturen, is dat realistisch?
"Zo ver hoeft het voor mij nog niet te gaan. Dan praat je weer over dat zeer selecte gezelschap zoals met die eerste man op de maan. Die gigantische stap die ik net beschreef, is meer om een keer het heelal gezien te hebben. Meer dan honderd kilometer hoog geweest te zijn en de aarde van daaruit bekeken hebben."

Zou u dat zelf willen?
"Ja, absoluut. Alle astronauten zeggen hetzelfde: als je de aarde als een blue dot van de buitenkant hebt gezien, kijk je er heel anders tegenaan. Niet alleen letterlijk. Je gaat er daarna anders mee om. Je ziet hoe kwetsbaar die aarde is en wat de plek ervan is in het grote heelal. Dat is een gewaarwording die ik best een keer zou willen ervaren."

CV

Ir. Bart Reijnen studeerde luchtvaart- en ruimtevaarttechniek en deed daarna een management traineeship bij DASA (toen: DaimlerChrysler Aerospace). Airbus vroeg hem mee te werken aan het grootste passagiersvliegtuig ter wereld: de A380. Daarna werd hij assistent en chief of staff van de ceo bij de Europese tegenhanger van Boeing: de European Aeronautics Defence and Space company (nu Airbus Group). Die kocht Dutch Space waarvan Reijnen in 2006 directeur werd. Datzelfde jaar werd hij voorzitter van brancheorganisatie SpaceNed. In 2013 ging hij naar Airbus Defence & Space waar hij verantwoordelijk werd voor alle bemande ruimtevaart en exploratie. Sinds november 2016 is hij ceo bij de Airbus dochter Satair dat wereldwijd reserveonderdelen en dienstverlening levert aan vliegtuigmaatschappijen en onderhoudsbedrijven. Reijnen is getrouwd en heeft twee dochters. Hij is erelid van de Nederlandse Vereniging voor Ruimtevaart en van studievereniging Leonardo da Vinci.