Vroeger was het simpel: als de professor het zei was het waar. Maar in een door media gedomineerde wereld strijden experts van diverse pluimage om de aandacht en weet het publiek eigenlijk niet meer goed wie wel te vertrouwen is en wie niet.
'Science: can we trust the experts?' is een dun boekje, pakweg honderd bladzijden. Het bevat vier essays van een hoogleraar risicoperceptie uit Oxford, een voormalig hoogleraar geneeskunde die lid is van het Britse parlement, een wetenschapper van Greenpeace en de directeur van Genewatch, een onderzoeksbureau dat zich bezighoudt met het beleid rond genetische modificatie. Met een verfrissend gebrek aan poeha slaagt het viertal erin de kern te raken van de verhouding tussen wetenschap en maatschappij, met name als het gaat om controversiële onderwerpen, waar belangengroepen tegenover elkaar staan.
Sue Mayer van Genewatch mag aftrappen. Volgens haar is de term 'wetenschappelijk' zo vervuild door economische belangen, dat ze eigenlijk hol is geworden. Toen dertig jaar geleden met genetische modificatie begonnen werd, was er wel degelijk sprake van discussie over ethische kwesties. Die discussie werd echter slechts onder vakbroeders gevoerd. De discussie onder het grote publiek kwam pas, toen er al zoveel in geïnvesteerd was dat de weg terug praktisch was afgesloten. Het gros van de betrokken wetenschappers kon toen weinig anders meer doen dan de bezwaren van genetisch gemodificeerde gewassen als 'onwetenschappelijk' van de hand doen.
Terecht, zegt Bill Durodié, de hoogleraar uit Oxford, die van klare taal blijkt te houden. Het grote publiek heeft namelijk de ballen verstand van wetenschap en is totaal niet in staat risico's van nieuwe technologieën realistisch in te schatten. Dat de wetenschap onder vuur ligt, heeft met die wetenschap zelf niks te maken, maar alles met de maatschappelijke trend om kritisch tegenover autoriteit te staan.
Gruwel
Mayers visie van een maatschappelijk debat dat de richting van technologieontwikkeling stuurt, is Durodié dan ook een gruwel. Wetenschap is namelijk niet gebaat bij een democratische aanpak, want de massa is conservatief en de wetenschap vooruitstrevend. Wie het volk zeggenschap geeft over de wetenschap, zet de vooruitgang stil. Zijn oplossing voor de vertrouwenscrisis: wetenschappers moeten weer uit het hoekje komen waar ze zich in hebben laten duwen door allerlei belangengroepen en vol zelfvertrouwen de vooruitgang nastreven.
Dat plaatst Douglas Parr van Greenpeace in een lastige positie. Kan hij wel tegelijk wetenschapper en Greenpeace-medewerker zijn? En hoe zit het dan met wetenschappers in dienst van bedrijven of van universiteiten die onderzoek voor derden doen? Gelukkig hoeft Parr niet op het betoog van Durodié in te gaan. Zijn verhaal komt grotendeels overeen met dat van Mayer: wetenschap en technologie zijn een zaak van de maatschappij als geheel, dus is het logisch dat naast economische ook sociale en morele oordelen meewegen in het beleid.
Tijd voor de politicus van het gezelschap. Ian Gibson is in het Britse parlement het kopstuk als het gaat om technologiebeleid. Zijn bijdrage is de meest genuanceerde van de vier. Het staat er niet met zoveel woorden, maar je krijgt de neiging om te concluderen dat de vooruitgang er vooral gebaat bij is dat iedereen een beetje tevreden gesteld wordt. Citaat van Tony Blair, diehet vast niet zelf bedacht heeft: ,,De menselijke vooruitgang wordt gedreven door zowel wetenschap als morele oordelen. Wetenschappelijke innovatie is de motor, maar het oordeel de chauffeur.''
Uiteraard bevat het boekje geen recept om de wetenschap in staat te stellen het vertrouwen terug te winnen van een maatschappij die aan ieders motieven twijfelt. Wel wordt duidelijk dat het buiten de ivoren toren een ontzettende jungle is en dat terugvluchten niet meer tot de mogelijkheden behoort. Niet alleen wetenschappers zelf hebben iets te zeggen over waar het met de wetenschap heen gaat.
Er zijn maar twee opties: jezelf ingraven, om vervuiling van de wetenschap met politieke zaken te voorkomen, of het debat aangaan en er het beste van maken. In beide gevallen biedt 'Science: can we trust the experts?' een toegankelijk overzicht van de belangrijkste argumenten.
Diverse auteurs, 'Science: can we trust the experts?' Hodder & Stoughton, 2002, 112 pp., £ 4,79.
Chinese studenten die opgroeien in Nederland doen het goed op de universiteit. Maar liefst 85 procent van de tweede generatie Chinezen volgt hoger onderwijs. En dat terwijl hun ouders vaak te druk zijn met hun werk om hun kinderen te ...
Sinds de ondergang van de Titanic, op 15 april honderd jaar geleden, zijn passagiersschepen steeds veiliger geworden. Desondanks vergaat er zo nu en dan toch een. Heeft verbetering van techniek en procedures nog zin? Hoogleraar ontwerpen ...
Veertig jaar geleden waarschuwde een controversieel rapport tegen ongebreidelde economische groei op straffe van een wereldwijde ineenstorting. Hoe staat het nu met die voorspelling?
Beiden hebben Delftse wortels, maar hun stellingname in de klimaatdiscussie is tegengesteld: Pier Vellinga maakte zich publiekelijk ongerust terwijl Salle Kroonenberg de klimaatverandering relativeerde. Vreemd genoeg zijn ze het wel eens ...
2011, het was een bewogen jaar. Studenten en hoogleraren in toga hielden een manifestatie op het Malieveld vanwege maatregelen tegen langstuderen, het woord ‘fusie’ viel, NRC
Handelsblad schreef over de TU, Delftse onderzoekers ...
Munt slaan uit patenten en contractonderzoek voor bedrijven; kennisvalorisatie wordt meer noodzaak voor de TU. Komen we straks nog aan fundamenteel onderzoek toe?