'Cultuur kunnen we samen veranderen'

Hoogleraar Caspar Chorus luidde eerder deze maand de noodklok over werkdruk en burn-out aan de TU. Rector magnificus Karel Luyben reageert: "Nee zeggen mag."

Rector Luyben: "Het is belangrijk dat we onze eigen grenzen kennen, dat we aangeven waar die liggen en dat we dat van elkaar respecteren." (Foto: TU Delft)
Rector Luyben: "Het is belangrijk dat we onze eigen grenzen kennen, dat we aangeven waar die liggen en dat we dat van elkaar respecteren." (Foto: TU Delft)

Met een ingezonden stuk over zijn burn-out neemt Caspar Chorus een moedige stap. Zijn verhaal was wel bekend bij collega's en inderdaad bij ons, het college van bestuur. Dat hij daar nu de openbaarheid mee zoekt, geeft aan hoe urgent dit probleem volgens hem is. En hij heeft gelijk.

Er is veel in zijn verhaal dat ik herken. Werkdruk blijft een factor waarop we als universiteit, en andere universiteiten met ons, slecht scoren. Hoe komt dat? Een deel van de verklaring zit 'm in wat we zijn, een academie. Academische vrijheid betekent dat er heel veel kan, en dat trekt ambitieuze mensen die veel willen. Daar schept een universiteit alle ruimte voor. Maar daarnaast is er ook veel dat moet. Laat me even een rekensommetje maken. Zo'n twaalf jaar geleden hadden we 12.000 studenten, inmiddels 22.000. De bijdrage die we van de overheid ontvangen is, behoudens indexering, vrijwel gelijk gebleven. Dit ondanks de heldere signalen die we hierover bij herhaling afgeven. En dus moeten we met ongeveer hetzelfde aantal medewerkers aanzienlijk meer studenten bedienen.

Wat kunnen we dan wel doen om de werklast te beperken? Kwalitatief minder onderwijs is voor niemand bij de TU Delft bespreekbaar. In de meer dan vijfentwintig jaar dat ik onderwijs heb gegeven, was de onderwijstaak me heilig en ik weet dat voor velen bij de TU Delft ook zo is. Minder onderzoek dan, zou je zeggen, maar ook dat is niet iets waar onze wetenschappers gauw toe geneigd zijn. Dus compenseren ze vaak door meer uren te draaien. Daar komt nog bij dat de kansen op succes bij subsidieaanvragen flink zijn gedaald. Gevolg: men gaat nog meer tijdrovende aanvragen indienen, waardoor de werkdruk verder toeneemt. En dan komt het soms voor dat mensen uitvallen, of bij de universiteit vertrekken omdat ze de weg naar voren niet meer zien. Of erger, zoals Caspar Chorus schetste. Dat mag natuurlijk niet gebeuren.

Vergadercultuur
Dit is dan ook een onderwerp dat hoog op onze agenda staat. Onlangs nog hebben we een TU-brede medewerkersmonitor onder alle medewerkers verspreid om precies in kaart te brengen hoe het zit met werkbeleving en arbeidsbelasting. De resultaten daarvan worden momenteel geïnventariseerd en op basis daarvan zullen we gerichte maatregelen nemen om te zorgen dat we de risico's veroorzaakt door werkstress zoveel mogelijk beperken. Uiteraard doen we dit in goede samenwerking met de medezeggenschap.

Caspar Chorus doet voorstellen om datzelfde te bereiken en ik ben het in grote lijnen met hem eens. Neem die vergadercultuur. Als bestuurder kom ik daar natuurlijk niet echt onderuit, maar ik kan me voorstellen dat het op andere plekken in de organisatie best een tandje minder kan. Er zijn tegenwoordig toch ook zoveel meer mogelijkheden om elkaar te informeren en te betrekken zonder fysiek om een tafel te gaan zitten? Dat zouden we bij de TU Delft als geen ander moeten weten.

Topsportmetafoor
Daarbij kan het inderdaad helpen om die topsportmetafoor eindelijk eens overboord te gooien. Als wetenschap al met sport te vergelijken is, is het vooral met de breedtesport. Wetenschap levert namelijk bijdragen aan de maatschappij die veel verder gaan dan de medailles of trofeeën alleen en waarbij de teaminspanning minstens zo belangrijk is als degene die het winnende doelpunt scoort.

Genoeg dus over sport. Ik heb wel nog een kleine nuancering bij zijn aanbevelingen. De instituten hebben we juist opgericht zodat onderzoekers elkaar makkelijker kunnen vinden. Dat zou de samenwerking moeten verbeteren, niet alleen intern, maar door betere zichtbaarheid ook extern. Uiteindelijk zou dat de efficiency moeten verhogen en ook bijvoorbeeld de slaagkans bij subsidieaanvragen voor grote, multidisciplinaire projecten. Instituten moeten dus helpen, geen extra druk vormen.

Als dat anders blijkt te werken in de praktijk, is dat een aandachtspunt dat bij de periodieke evaluatie van zo'n instituut zeker aan de orde zal komen. Want uiteraard zit niemand te wachten op een papieren tijger of een vergadervehikel. Ik kan me ook voorstellen dat juist wetenschappers van de Faculteit Techniek, Bestuur en Management (TBM) met hun unieke expertise vaak en graag gevraagd worden om een rol te spelen binnen die instituten – misschien is overvraagd zelfs wel het juiste woord. In dat geval is de oplossing die Caspar Chorus zelf aandraagt natuurlijk geboden: zeg ook eens 'nee'.

Cultuuromslag
Want waar Caspar Chorus volgens mij vooral naar toe wil is een cultuuromslag. De cultuur die we met zijn allen hebben gecreëerd, kunnen we samen veranderen. Laten we elkaar dus ruimte geven om ons te richten op dat waar we goed in zijn en minder op de randverschijnselen. Laten we met elkaar in gesprek gaan over kwaliteit, niet over kwantiteit. En laten we vooral onze ogen niet sluiten voor signalen dat iemand 'erdoor zit', want we moeten ook voor elkaar zorgen in onze organisatie.

Nu ben ik zelf misschien niet het beste voorbeeld. Het is algemeen bekend dat ik met weinig slaap toe kan, waardoor er een heleboel werkbare uren in de dag zitten. Dat betekent echter niet dat ik hetzelfde verwacht van anderen. Het is belangrijk dat we onze eigen grenzen kennen, dat we aangeven waar die liggen en dat we dat van elkaar respecteren. Dus bij dezen mijn appèl: 'nee' zeggen mag, ook tegen uw Rector Magnificus.