'Beste Dap, succes moet je vieren'

Delta-columnist Dap Hartmann en collegevoorzitter Tim van der Hagen hebben elkaar de afgelopen weken brieven geschreven over de toekomst van de TU, muziek en boeken. Van der Hagen heeft nu voor de zomer het laatste woord.

Beste Dap,

Je lijkt je nogal zorgen over me te maken in je vorige brief. Nergens voor nodig: ik heb gewoon de leukste baan ter wereld. Neem nou begin juni.

Op 1 juni tekenden we in het bijzijn van Minister Kamp van Economische Zaken een overeenkomst voor de langetermijnsamenwerking tussen QuTech en Microsoft. Alweer een mijlpaal op de weg naar de quantumcomputer. Dat een bedrijf als Microsoft zo stevig in het Nederlandse quantumonderzoek investeert, wil wat zeggen.

Straks hebben we een Microsoft-lab op de campus – Station Q Delft. Dat zal ons helpen om topwetenschappers aan te trekken en te behouden en zo zullen we flinke stappen kunnen zetten in de ontwikkeling van een werkende supercomputer. (Het quantumonderzoek is trouwens precies wat we in de context van onze nieuwe organisatiestrategie een 'pocket of excellence' noemen. We kunnen niet in elk onderzoeksveld uitblinken, maar als we het doen, doen we het ook gelijk op het hoogste niveau).

Diezelfde dag opende ik samen met Minister Schulz van Infrastructuur en Milieu de eerste hyperloop-testbaan op onze eigen Green Village. Natuurlijk, of er straks echt een gebruiksklare Hyperloop komt, is nog maar de vraag. Maar ook als dat niet lukt, komen uit de test- en ontwikkelfase misschien wel allerlei mooi technologieën waar de samenleving iets aan heeft.

Beste voorbeeld is waarschijnlijk NASA dat – nog afgezien van haar wel degelijk succesvolle ruimtemissies – van alles uitvond waar we ook gewoon op aarde wat aan hebben. Denk aan waterfilters, zonnepanelen en rookalarmen. En mocht er ooit wel een Hyperloop komen waar dan 'Made in Delft' op staat, dan is dat iets om ontzettend trots op te zijn. Sowieso zijn we erg trots op onze ondernemende studenten. Je hebt zulke doorzetters nodig die zich in een idee vastbijten en dat koste wat kost tot een succes willen maken. Daar steunen we ze graag bij.

Vorige week stond natuurlijk in het teken van het International Festival of Technology (IFOT) en de TU Delft Research Exhibition. Op 6 juni kregen we daar bezoek van een groep Europarlementariërs. Met hen bezochten we de RoboValley en het Robotics Institute. Wij denken namelijk dat robotica een belangrijke motor van innovatie in Europa is. Daar kunnen we meer werk van maken door het bijvoorbeeld voor te stellen als thema voor een Europees Flagship.

Ook tijdens de Research Exhibition mocht ik uit handen van Reuters een award in ontvangst nemen. De TU Delft stond dit jaar namelijk voor de tweede keer op rij in de top tien van hun Ranking of Most Innovative Universities in Europe.

Dinsdagavond was het de beurt aan de CEO's op de Research Exhibition. Daar kwamen niet alleen, zeg maar, de grote jongens. Samen met de Provincie Zuid-Holland hadden we namelijk ook een flink aantal regionale MKB-bedrijven op de gastenlijst gezet.

Er zou een heel buitenprogramma met verschillende sprekers verdeeld over de Green Village komen, maar de weergoden trakteerden ons op hevige regen en onweer. Dus dan maar met zijn allen de tent in. Dat had uiteindelijk zelfs een positief effect op de avond. Zo dramatisch slecht was het weer, dat het ook wel weer grappig was. Every cloud has a silver lining, zoals de Britten zeggen.

Het Delftse college van Burgemeester en Wethouders kwam ook naar de Research Exhibition. We spraken bij die gelegenheid meteen verder over het convenant dat we vorig jaar afsloten. We willen gezamenlijk de verbinding tussen campus en stad beter maken – dan heb ik het niet alleen over de verkeersverbinding, maar ook over sociale verbinding– en werken aan een 'ecosysteem' dat het aantrekkelijker moet maken voor kennisbedrijven en kenniswerkers om zich te vestigen in de regio.

Woensdagavond kon ik een beetje terug in de tijd: tijdens het geweldige 'EWI in concert' mocht ik een partijtje Tetris spelen op de grootste NES-controller ter wereld. Fietsen verleer je niet, maar dit was nog niet zo eenvoudig als het leek.

In het kader van de UN Sustainable Development Goals organiseerde ons eigen Global Initiative donderdag een bijeenkomst waar ik hun boekje in ontvangst mocht nemen met daarin inspirerende verhalen over hoe wij met ons onderzoek heel direct bijdragen aan een betere wereld. Die UN-doelen kunnen ons daarbij als richtlijn en inspiratie dienen. Want zoals het Global Initiative het zo mooi formuleert, wij werken aan 'Science for the benefit of people. All people. Worldwide'.

Donderdagvond opende ik START: ons nieuwe 'Science & Technology Art Residency'-programma.Kunstenaars en wetenschappers zijn creatieve denkers die van elkaar kunnen leren en elkaar kunnen inspireren. Historisch was er een sterke verbinding tussen kunst en wetenschap, maar door alsmaar verder te specialiseren is die een beetje verloren gegaan. Dat willen we nieuw leven inblazen, onder meer door onderzoekers en kunstenaars aan elkaar te koppelen in dit programma.

Als eersten gaan modeontwerpster Iris van Herpen en licht- en geluidkunstenaar Mike Rijnierse samenwerken met onze eigen Jouke Verlinde (IO) en Aurèle Adam (TNW). Die bril die ik op de foto op heb, is trouwens een prototype dat Mike Rijnierse ontwikkeld heeft: je hoort muziek en je ziet beelden die reageren op het ritme van de muziek.

Vrijdag was het helemaal feest. Als ik iets te mopperen zou hebben over deze geweldige dag, is het dat ik niet overal acte de présence kon geven. Hoogtepunt voor mij was wel het alumni event met aansluitend het optreden met mijn band op het festival.

Eerst mocht ik zo'n 400 alumni welkom heten in het Auditorium. Ook overhandigde ik samen met Universiteitsfonds Voorzitter Michael Wisbrun de award voor de Alumnus van het Jaar uit aan Bart Reijnen, in 1995 afgestudeerd bij LR en inmiddels CEO bij SATAIR. Die hield vervolgens een heel leuk en herkenbaar verhaal, vooral over zijn studietijd.

Daarna sloten we het evenement af met een toost op het buitenpodium (a.k.a. Groover Hangout) en trapte ik met mijn band 'Make My Day' de rest van het festival af. Of dat een succes was, laat ik graag aan de toeschouwers over, maar het was een hele eer en ontzettend leuk om het te mogen doen. (Ik heb me trouwens laten vertellen dat niet alle alumni daar bij waren: een deel maakte de dansvloer onveilig in The Club, waar het blijkbaar ook heel gezellig was.)

Als jarige TU Delft hadden we onze gasten bij binnenkomst trouwens al getrakteerd op 'TU Delft for life'-taart, want dat is de band die we met onze alumni willen opbouwen: van studiekiezer tot gepensioneerde hoor je bij onze gemeenschap. Die taart kwam precies op tijd, want het was inmiddels half vier en ik had nog niet geluncht.'TU Delft for Life' is ook een van de thema's die aan bod komen tijdens de open meetings in het kader van ons nieuwe instellingsplan, waar ik jou al een paar keer ben tegengekomen.

Je schrijft dat je geen hoge verwachtingen hebt van zulke bijeenkomsten. Ik wel, en die worden ook meer dan waargemaakt. De discussie met en bijdragen van deelnemers uit de hele organisatie vind ik bijzonder waardevol – waaronder jouw goede idee voor een soort micro-sabbaticals, waarbij wetenschappers regelmatig een kijkje in de keuken van hun collega's bij andere faculteiten kunnen nemen.

Nog even dit: het besluit van de Raad van Toezicht (genomen in goed overleg met alle betrokkenen, waaronder decanen, hoogleraren, directeuren en medezeggenschap) om de functie van Rector Magnificus vanaf volgend jaar te combineren met de rol van Collegevoorzitter, betekent niet ik straks twee banen ga vervullen. De portefeuilles worden immers, zoals bij goed collegiaal bestuur gebruikelijk, in constructief overleg onderling verdeeld.

Dit bestuursmodel wordt overigens al sinds 2005 bij de Universiteit Leiden gehanteerd – en wordt daarom vaak 'het Leidse model' genoemd – en is bovendien in het buitenland gangbaar. Dus geen dubbele werklast voor mij en al helemaal geen verminderde aandacht voor belangrijke onderwerpen.

Natuurlijk, het leven als collegevoorzitter is dus niet alleen speechjes geven, handjes schudden en foto-momenten (babyknuffelen al helemaal niet). Evenementen als hierboven zijn vaak de culminatie van jaren onderzoek, maanden onderhandelen en vooral veel werk achter de schermen. Als die dan succesvol zijn, moet je dat succes ook gewoon vieren. Daarna weer over tot de orde van de dag.

Ik wens je een goeie zomer.

Tim

De briefwisseling tussen Dap Hartmann en Tim van der Hagen begon in februari. Nu, tien brieven verder, is het tijd voor een zomerstop. Delta zoekt de komende maanden samen met Hartmann en Van der Hagen naar een nieuwe manier om na de zomer een vervolg te geven een deze serie. Uw ideeën daarvoor en andere reacties zijn welkom op delta@tudelft.nl.