Bezuinigingen bepaalden het beleid bij Civiele Techniek. Het moet weer gaan over de inhoud, vindt de commissie Stuip die de toekomst van de faculteit onderzocht.
Door teruglopende inkomsten zal Civiele Techniek en Geowetenschappen zich meer moeten concentreren op datgene waarin zij goed is. Daarvoor zijn heldere keuzes nodig in een scherp geformuleerde en breed gedragen visie en missie.
Nu gebeurt dat niet. Door voortdurende bezuinigingen bepalen vooral financiën het beleid en niet de inhoud. Er heerst gebrek aan daadkracht op alle niveaus. Dat concludeert de externe adviescommissie die onder leiding van prof.ir. Jan Stuip keek naar een nieuwe koers voor Civiel.
Hoewel de commissie Civiel beschouwt als bakermat voor civieltechnisch onderwijs en onderzoek in Nederland, ontbreekt samenhang binnen en tussen afdelingen. Onderzoeksgroepen zijn intern gericht en hun onderzoek is niet genoeg verweven met de praktijk. Men spreekt elkaar niet aan op resultaten.
Ook is Civiel te weinig zichtbaar voor bedrijfsleven, overheid en politiek. Zowel de faculteit als de universiteit moet daar wat aan doen, want Civiel wordt niet meer als vanzelfsprekende partner gezien. De faculteit moet daarom aan haar imago werken en aansprekende topmensen aantrekken. Ook moet zij sponsoring en werving van onderzoeksgelden professionaliseren.
De commissie constateert ook dat de aansluiting van het onderwijs bij de praktijk verslechtert. Het kennisniveau van afgestudeerde studenten is te laag: ze moeten meer weten van communicatie, beleidsanalyse en procesmanagement.
Verder hebben het gebouw en de laboratoria een onaantrekkelijke uitstraling die geen recht doen aan de dynamiek van het vakgebied. Laboratoria vormen een grote kostenpost voor de faculteit. Onderzoek binnen het bouwlab kan daarom beter elders worden gedaan.
Zorgwekkend zijn de financiën van de faculteit. De manier waarop de TU het geld van het ministerie verdeelt over de faculteiten, is nadelig voor Civiel. Daar komt nog eens bij dat constructie en ontwerpgerelateerde onderzoeksvoorstellen slecht scoren bij financiers als NWO en STW. Volgens de commissie liggen er wel veel kansen in meerjarenprogramma’s van nationale en internationale kennisnetwerken.
Stuip stelt voor arbeidscontracten te flexibiliseren en meer gebruik te maken van parttimers. Groepen met veel vast personeel scoren op onderwijs- en onderzoeksoutput lager dan groepen met flexibele arbeidscontracten.
De grootste financiële verliezen komen volgens Stuip voor rekening van de afdeling Bouw. Een commissie onder leiding van dr.ir. Arjan van Binsbergen concludeert dat medewerkers op de afdeling Transport & Planning - met excellente onderzoeksbeoordelingen - onvoldoende samenwerken.
Buitenstaanders ervaren dat de TU geen brede visie heeft op mobiliteit, terwijl het werkgebied van deze afdeling juist cruciaal is voor de maatschappij en goede kansen biedt voor het verwerven van geld anders dan van het ministerie. De afdeling zou zich moeten richten op: vervoervraag en –aanbod, ontwerpen van netwerken en management van infrastructuren.
Tot slot ziet een derde commissie onder leiding van prof.dr.ir. Jan Rots mogelijkheden tot samenwerking met Bouwkunde via dubbelbenoemingen op het gebied van Bouwtechnologie en Structural Design en het gezamenlijk aanbieden van vakken.
Om het komend jaar financiële rust te brengen bij Civiel heeft het college van bestuur besloten de faculteit volgend jaar hetzelfde bedrag aan overheidsgeld te geven als dit jaar: ruim 32 miljoen euro.
Decaan Louis de Quelerij is blij met het toegezegde geld en zegt dat ook de sector zelf een steentje wil bijdragen, maar kan gedwongen ontslagen ‘niet uitsluiten’. “Daarover is nog onzekerheid. Ik probeer dit zo veel mogelijk met natuurlijk verloop op te lossen. Een geluk bij een ongeluk is dat ik veel 58-plussers in huis heb. Binnen een paar maanden is er zekerheid.”
De Quelerij herkent de problemen die vooral de commissie-Stuip schetst. “De geldstroom is in vijf jaar verminderd van 42 miljoen naar 29 miljoen euro. Dan kun je geen meerjarenplan maken. Daardoor zijn we te weinig in staat geweest te vernieuwen. Tegelijkertijd is de onderzoeksproductie enorm toegenomen en hebben we meer studenten gekregen.”
Waar hoogleraren tot nu toe de inhoud bepaalden, maar financiën het beleid dicteerden, zegt De Quelerij dat hij nu nadrukkelijk van bovenaf keuzes zal maken. “Dat is even wennen, nu de kaasschaafmethode niet meer haalbaar is.”
Of medewerkers de toekomst nu moeten vrezen? “Nee, de keuzes maken we op inhoudelijke gronden”, zegt de decaan. “Vraagstukken over overstromingen, klimaatverandering, energievoorziening en transport zijn nu groter dan ooit.”
Tegelijkertijd wil De Quelerij ‘heel kritisch kijken’ naar de kostbare laboratoria. “We moeten met kleinere faciliteiten verder en zullen vaker proeven moeten uitbesteden. Dat is goedkoper omdat die proeven incidenteel zijn.”
Medewerkers moeten elkaar voortaan aanspreken op resultaten. De decaan wil naar een cultuur van ‘academisch ondernemerschap’. “Hoe je je targets haalt, moet je zelf weten, als je ze maar haalt.”
De Quelerij stelt nog deze maand met vice-decaan Jan Zijlstra een Vernieuwingsplan op. Prioriteit heeft een duidelijke missie en visie, met name op de laboratoria en samenwerking.
Door teruglopende inkomsten zal Civiele Techniek en Geowetenschappen zich meer moeten concentreren op datgene waarin zij goed is. Daarvoor zijn heldere keuzes nodig in een scherp geformuleerde en breed gedragen visie en missie.
Nu gebeurt dat niet. Door voortdurende bezuinigingen bepalen vooral financiën het beleid en niet de inhoud. Er heerst gebrek aan daadkracht op alle niveaus. Dat concludeert de externe adviescommissie die onder leiding van prof.ir. Jan Stuip keek naar een nieuwe koers voor Civiel.
Hoewel de commissie Civiel beschouwt als bakermat voor civieltechnisch onderwijs en onderzoek in Nederland, ontbreekt samenhang binnen en tussen afdelingen. Onderzoeksgroepen zijn intern gericht en hun onderzoek is niet genoeg verweven met de praktijk. Men spreekt elkaar niet aan op resultaten.
Ook is Civiel te weinig zichtbaar voor bedrijfsleven, overheid en politiek. Zowel de faculteit als de universiteit moet daar wat aan doen, want Civiel wordt niet meer als vanzelfsprekende partner gezien. De faculteit moet daarom aan haar imago werken en aansprekende topmensen aantrekken. Ook moet zij sponsoring en werving van onderzoeksgelden professionaliseren.
De commissie constateert ook dat de aansluiting van het onderwijs bij de praktijk verslechtert. Het kennisniveau van afgestudeerde studenten is te laag: ze moeten meer weten van communicatie, beleidsanalyse en procesmanagement.
Verder hebben het gebouw en de laboratoria een onaantrekkelijke uitstraling die geen recht doen aan de dynamiek van het vakgebied. Laboratoria vormen een grote kostenpost voor de faculteit. Onderzoek binnen het bouwlab kan daarom beter elders worden gedaan.
Zorgwekkend zijn de financiën van de faculteit. De manier waarop de TU het geld van het ministerie verdeelt over de faculteiten, is nadelig voor Civiel. Daar komt nog eens bij dat constructie en ontwerpgerelateerde onderzoeksvoorstellen slecht scoren bij financiers als NWO en STW. Volgens de commissie liggen er wel veel kansen in meerjarenprogramma’s van nationale en internationale kennisnetwerken.
Stuip stelt voor arbeidscontracten te flexibiliseren en meer gebruik te maken van parttimers. Groepen met veel vast personeel scoren op onderwijs- en onderzoeksoutput lager dan groepen met flexibele arbeidscontracten.
De grootste financiële verliezen komen volgens Stuip voor rekening van de afdeling Bouw. Een commissie onder leiding van dr.ir. Arjan van Binsbergen concludeert dat medewerkers op de afdeling Transport & Planning - met excellente onderzoeksbeoordelingen - onvoldoende samenwerken.
Buitenstaanders ervaren dat de TU geen brede visie heeft op mobiliteit, terwijl het werkgebied van deze afdeling juist cruciaal is voor de maatschappij en goede kansen biedt voor het verwerven van geld anders dan van het ministerie. De afdeling zou zich moeten richten op: vervoervraag en –aanbod, ontwerpen van netwerken en management van infrastructuren.
Tot slot ziet een derde commissie onder leiding van prof.dr.ir. Jan Rots mogelijkheden tot samenwerking met Bouwkunde via dubbelbenoemingen op het gebied van Bouwtechnologie en Structural Design en het gezamenlijk aanbieden van vakken.
Om het komend jaar financiële rust te brengen bij Civiel heeft het college van bestuur besloten de faculteit volgend jaar hetzelfde bedrag aan overheidsgeld te geven als dit jaar: ruim 32 miljoen euro.
Decaan Louis de Quelerij is blij met het toegezegde geld en zegt dat ook de sector zelf een steentje wil bijdragen, maar kan gedwongen ontslagen ‘niet uitsluiten’. “Daarover is nog onzekerheid. Ik probeer dit zo veel mogelijk met natuurlijk verloop op te lossen. Een geluk bij een ongeluk is dat ik veel 58-plussers in huis heb. Binnen een paar maanden is er zekerheid.”
De Quelerij herkent de problemen die vooral de commissie-Stuip schetst. “De geldstroom is in vijf jaar verminderd van 42 miljoen naar 29 miljoen euro. Dan kun je geen meerjarenplan maken. Daardoor zijn we te weinig in staat geweest te vernieuwen. Tegelijkertijd is de onderzoeksproductie enorm toegenomen en hebben we meer studenten gekregen.”
Waar hoogleraren tot nu toe de inhoud bepaalden, maar financiën het beleid dicteerden, zegt De Quelerij dat hij nu nadrukkelijk van bovenaf keuzes zal maken. “Dat is even wennen, nu de kaasschaafmethode niet meer haalbaar is.”
Of medewerkers de toekomst nu moeten vrezen? “Nee, de keuzes maken we op inhoudelijke gronden”, zegt de decaan. “Vraagstukken over overstromingen, klimaatverandering, energievoorziening en transport zijn nu groter dan ooit.”
Tegelijkertijd wil De Quelerij ‘heel kritisch kijken’ naar de kostbare laboratoria. “We moeten met kleinere faciliteiten verder en zullen vaker proeven moeten uitbesteden. Dat is goedkoper omdat die proeven incidenteel zijn.”
Medewerkers moeten elkaar voortaan aanspreken op resultaten. De decaan wil naar een cultuur van ‘academisch ondernemerschap’. “Hoe je je targets haalt, moet je zelf weten, als je ze maar haalt.”
De Quelerij stelt nog deze maand met vice-decaan Jan Zijlstra een Vernieuwingsplan op. Prioriteit heeft een duidelijke missie en visie, met name op de laboratoria en samenwerking.
Foto
Foto
Foto
Foto
Van Delft helemaal naar Andalusië rijden op één litertje brandstof. Theoretisch kan het. Dat demonstreerden Delftse studenten afgelopen weekend in Rotterdam tijdens de Shell Ecomarathon. Hun wagen, de Ecorunner, reed 1 op 1698.
Eindelijk. Hij mag de weg op. De Superbus van prof.dr. Wubbo Ockels kreeg dinsdag een kenteken van minster Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu.
De Delfste start-up aQysta heeft men hun door waterkracht aangedreven irrigatiesysteem de Philips Innovation Award 2012 gewonnen. De vier studenten ontvingen hun prijs ter waarde van 28.500 euro tijdens een feestelijke uitreiking dinsdag ...